Sinds 1 januari 2014 is de associatie tussen de orthopedische diensten van het AZ Sint-Jan Brugge-Oostende AV en het AZ Sint-Lucas Brugge een feit. Bedoeling is een orthopedisch en traumatologisch expertisecentrum te creëren met regionale en supraregionale uitstraling. In een gezamenlijk interview leggen dr. Bruno Vandekerckhove en dr. Luc Vanden Berghe, respectievelijke diensthoofden van de orthopedische diensten in het AZ Sint-Jan Brugge-Oostende AV en het AZ Sint-Lucas Brugge, uit hoe de samenwerking tot stand kwam en welke implicaties dit heeft voor betrokken partijen.

Een idee met historiek

“Het idee om een samenwerkingsverband te sluiten tussen de orthopedische diensten van onze ziekenhuizen gaat al meer dan tien jaar terug”, beamen beide artsen. “Begin jaren 2000 is het ontsproten bij onze voorgangers. Dr. Paul Kestelyn was de stuwende kracht, hierin gevolgd door dr. William De Groote. De gesprekken werden steeds concreter en raakten tot op het niveau van de directie en de raad van bestuur. Deze bleken er toen nog niet klaar voor, maar het idee bleef leven. Ook wij waren het eens over de aanzienlijke meerwaarde ervan. De positieve reactie van onze collega’s was unaniem en we werden bovendien aangenaam verrast toen onze vraag eind 2013 bij geen van beide directies nog op weerstand stootte.”

Groepsfoto met alle stafleden van de geassocieerde orthopedische diensten.

Hoofdvoorwaarde was dat dit voor de patiënten geen enkel nadeel zou inhouden en dat zij vrij zouden blijven in hun ziekenhuiskeuze. Het plan dat voortsproot uit de opgerichte werkgroepen kreeg een akkoord van de directie. Achterliggend idee was het systeem doorbreken waarin ziekenhuizen artsen exclusief aan zich koppelen. “Als een dokter die aan een ander ziekenhuis verbonden is, het probleem beter kan behandelen, komt het de patiënt alleen maar ten goede als er ziekenhuisoverschrijdend gewerkt kan worden”, vallen de dokters elkaar bij. “Die evolutie in het medische landschap zien we al langer. We verplichten niemand om op beide locaties te werken, maar stimuleren het wel.”

Orthopedie op academisch niveau

De diensthoofden zijn het erover eens dat de gelijkwaardigheid van hun diensten de associatie mede mogelijk maakt. Ze bedrijven elk orthopedie op academisch niveau, zij het met eigen accenten. Zo lag het aandeel acute opvang en traumatologie traditioneel iets hoger in Sint-Jan, waar Sint-Lucas overwegend aan koude orthopedie deed (waarbij de ingrepen zorgvuldig worden gepland). Deze verschillen heffen zich stilaan op in het voordeel van de complementariteit van de ziekenhuizen. “De samenwerking laat ons ook toe onze ambitie te verwezenlijken en onze ziekenhuizen als referentie in de brede regio te blijven opwerpen”, stellen beide diensthoofden. “Een grotere groep geeft het voordeel dat we onze bedrevenheid in subspecialisaties steeds verder kunnen verfijnen. Waar ‘de chirurg’ aanvankelijk alle operaties voor zijn rekening nam, zien we nu binnen onze dienst al een opsplitsing in bovenste lidmaat, onderste lidmaat, wervelzuil, pediatrie, handcentrum en zelfs verdere subspecialisatie in voet, knie, schouder, enz. Stuk voor stuk kennis en kunde die we dankzij de
associatie verder kunnen uitbreiden. Op tumoren in het locomotorische stelsel na, kunnen we elke orthopedische pathologie coveren.”

Elk van beide ziekenhuizen kan de technologische kosten nu nog dragen, maar
een gezamenlijke investering in hoogtechnologische apparatuur zal vroeg of laat vereist zijn.

“Met die brede waaier aan hooggespecialiseerde orthopedische diensten willen we op termijn de afwezigheid van een universitair ziekenhuis in West-Vlaanderen opvangen. Dankzij het samenwerkingsverband komen we aan een totaal aantal stafleden van 16, wat overeenstemt met het aantal in UZ Gent. Omdat er per discipline meerdere specialisten zijn, hoeven we patiënten met een specifiek probleem bij afwezigheid van de gespecialiseerde arts niet te laten wachten of toch – zo goed mogelijk, maar niet optimaal – te laten verzorgen door een dokter wiens kunde zich op een ander terrein toespitst. We onderhouden ook zeer goede relaties met de verschillende universiteiten. Dat we vaak assistenten van zowel Gent, Leuven, Brussel als Antwerpen tewerkstellen, is een goede indicatie van het wetenschappelijke niveau waarop we opereren. Ook verschillende jaarlijkse publicaties, de aanwezigheid van de associatie in diverse nationale en internationale wetenschappelijke verenigingen, alsook een aantal (geplande) PhD-thesissen zijn daar het bewijs van. Dit alles koppelen we bovendien aan een uitstekende, iets persoonlijkere service.”

De subgroep pediatrie is één van de paradepaardjes van de orthopedische dienst.

Waken over evenwicht

Wettelijk valt een hoofdbenoeming in één van beide ziekenhuizen niet te omzeilen, maar de onderlinge samenwerkingsovereenkomst tussen de ziekenhuizen geeft elke orthopedische arts automatisch het statuut van ‘toegelaten arts’ in het andere ziekenhuis. “Gezien de voorwaarden om praktijk te voeren licht verschillen tussen de ziekenhuizen, mogen we geen pathologie op één van beide locaties centraliseren”, stellen de artsen. “Dat zou trouwens in strijd zijn met de vrije keuze van de patiënt. Op dit ogenblik kan elk van beide ziekenhuizen nog de nodige technologische investeringen dragen, maar er komt vast en zeker een punt waarop een gemeenschappelijke investering in hoogtechnologische apparatuur vereist zal zijn. We zijn er gerust in dat beide directies dan een consensus zullen vinden qua infrastructuur, wat vanzelfsprekend beslist moet worden in functie van de totale activiteit en de andere diensten van beide ziekenhuizen.”

Zelfregulerend systeem

Van begin af aan werd beslist dat alle honoraria in één pool terechtkomen om te vermijden dat iemand patiënten zou monopoliseren. De fluctuatie van patiënten, wegens de toepassing van het nieuwe systeem, creëerde aanvankelijk de indruk dat er minder werk was, maar uiteindelijk bleek het om een betere verdeling te gaan. Jonge artsen krijgen de kans om zich veel sneller in te werken en hun eigen patiëntenbestand op te bouwen door patiënten van collega’s met lange wachtlijsten over te nemen. De gemeenschappelijke wachtdienst maakt dat elke arts minder wachtdiensten moet invullen. Die wacht kan drukker zijn omdat hij twee ziekenhuizen moet coveren, maar de algemene werkdruk is verminderd en het laat toe om de gespecialiseerde artsen van het internationaal erkende handcentrum niet te hoeven inschakelen in de algemene wacht.

“Het organigram samenstellen is een uitdaging”, geven beide artsen toe. “Er komt ook heel wat vergaderen aan te pas. Per ziekenhuis zijn er wekelijks kleinschalige vergaderingen, de grotere stafvergaderingen gebeuren afwisselend op beide locaties. Maandelijks is er een wetenschappelijke vergadering en houden de subgroepen nog eens afzonderlijk overleg. Ook hiermee willen we de kwaliteit en actualiteit van ons werk waarborgen. Zo introduceerde een staflid de anterieure toegangsweg voor heupprothese, een techniek die een minimale incisie en ligdagverkorting toelaat en zonder deze overlegmomenten veel trager zou doorgesijpeld zijn naar het volledige team. Onze werkwijze laat geen plaats voor ego’s, commerciële spirit of vasthouden aan ouderwetse technieken. We schatten elkaar naar waarde en wie op de een of andere manier uit de band springt, valt snel door de mand. Opnieuw is het de patiënt die er uiteindelijk het meeste baat bij heeft.”

Balonkatheter

De associatie maakt het mogelijk om de bedrevenheid in chirurgische subspecialisaties steeds verder te verfijnen.

Kruisbestuiving

“Beide ziekenhuizen hebben hun eigen manier van werken, maar de associatie leidt automatisch tot een kruisbestuiving”, geven de artsen nog mee. “Op alle niveaus, want hoewel de arbeidsovereenkomst onze achterban aan een specifiek ziekenhuis verbindt, stimuleren we hen ook in de uitwisseling van ideeën en we voelen dat iedereen openstaat voor verbetering. Evaluatie van de nulmeting zal binnen een jaar uitwijzen of er hier of daar dingen bijgestuurd moeten worden. Op vandaag zijn er alvast geen klachten en ook het aantal ligdagen en ingrepen blijft bestendig. Qua doorverwijzing heeft elk van onze ziekenhuizen traditioneel een bestand van verwijzende artsen en vaste contacten en zijn er natuurlijk door de jaren heen gegroeide persoonlijke relaties. Alle voorbereidende onderzoeken en nazorg gebeuren op vandaag al bij de huisarts en iedereen heeft intussen ongetwijfeld gemerkt dat de wachttijden over de hele lijn verminderd zijn. Een wetenschappelijke infovergadering inrichten is misschien een goed idee om te achterhalen of er nog pijnpunten zijn en deze samenwerking op basis daarvan nog te optimaliseren.” Beide diensthoofden en de collegae mogen terecht fier zijn op de verwezenlijking van de orthopedische samenwerking.

Download het artikel als pdf-bestand.

Copyright © 2014 AZ Sint-Jan Brugge-Oostende AV. Alle rechten voorbehouden. De inhoud (zowel teksten als afbeeldingen) van dit magazine is auteursrechtelijk beschermd. Niets uit deze uitgave mag vermenigvuldigd of doorgegeven worden aan derden zonder schriftelijke toelating van de uitgever.

Ook nog in Artikels