De wondzorg kende in de laatste decennia een exponentiële ontwikkeling. De vroeger gehanteerde principes van wondzorg beperkten zich meestal tot het droog houden en ontsmetten van de wonde. Ook de verbandkeuze bleef gelimiteerd: eenzelfde soort verband werd gebruikt voor een groot scala aan wonden, zonder rekening te houden met de identiteit van de wonde.

 

De geboorte van de nieuwe wondzorg situeert zich in 1962, toen dr. Dewinter vaststelde dat een wonde die vochtig gehouden wordt, vlugger epithelialiseert dan een wonde van hetzelfde type die droog gehouden wordt.

Het is pas begin 1980 dat de industrie volop inspeelt op deze vaststelling en start met de productie van nieuwe soorten verbanden. Het hydrocolloïd verband kunnen we in deze context beschouwen als de pionier van de “hightech” verbanden. Ook de kennis en een beter inzicht in de verschillende stadia van de wondheling maken het mogelijk om verbanden te ontwikkelen die zich toespitsen op een welbepaald stadium van de wondheling.

Dit alles heeft tot gevolg dat er een explosie ontstaat van diverse verbanden en dat er met de regelmaat van de klok nieuwe verbanden bijkomen. Men schat het totaal aantal verschillende verbanden momenteel op ongeveer 2500.

In de huidige wondzorg wordt het systematisch ontsmetten van de wonde beperkt tot enkele specifieke indicaties (immuungecompromitteerde patiënten, patiënten met diabetesvoet en kritisch zieke patiënten). Daartegenover hechten artsen veel belang aan het reinigen en spoelen van de wonde. Terwijl vroeger een zekere terughoudendheid bestond tegen het nemen van een douche in geval van een wonde, wordt dit nu aangemoedigd.

De meest in het oog springende innovatie blijft echter de topicale negatieve druktherapie. Deze techniek zorgt voor een goede evacuatie van wondvocht en terzelfdertijd voor een stimulatie van de locoregionale bloedflow, met een vluggere wondheling als resultaat – dit zowel in de acute als chronische wondzorg. Verder beschikken we eveneens over lichttherapie waarbij het gepolariseerde licht een biostimulatie induceert op cellulair niveau. Dit triggert en reguleert de biologische processen, wat het lichaam helpt te regenereren.

Het is duidelijk dat wondzorg steeds meer een specialiteit wordt. Iedere wonde is uniek en vraagt een eigen benadering en aangepaste therapie. In dit kader werd vanuit de werkgroep Wondzorg (campus Sint-Jan) en met de steun van dr. Rigauts een Wondkliniek opgestart, zowel op campus Sint-Jan als op campus Henri Serruys in Oostende. Deze Wondkliniek streeft de volgende doelstellingen na:

»  Voor externen (huisartsen, thuisverpleging) verlenen we een extra dienst door moeilijk te genezen wonden te behandelen en op te volgen. Het is hier absoluut niet de bedoeling een concurrentiële positie in te nemen ten opzichte van de thuisverpleging, maar een synergie te ontwikkelen om op een zo efficiënt mogelijke manier een vlotte wondgenezing voor de patiënt te realiseren. Een wondkliniek biedt het voordeel dat men intramuraal de wonde multidisciplinair kan benaderen en eventueel kan doorverwijzen (Voetkliniek, Orthopedie).

»  Intern kunnen de verschillende specialismen een beroep doen op de expertise en eventuele wondopvolging door de Wondkliniek. Dit geldt voor de moeilijke, complexe wonden en VAC-therapieën. De verwijzende specialismen, huisartsen en eventuele thuisverpleging worden op de hoogte gehouden van deze opvolging.

In samenspraak met de werkgroep Wondzorg (samengesteld uit directie, artsen, apotheek en verpleegkundig wondzorgspecialisten) bepaalt de Wondkliniek het formularium en wondzorgbeleid in het ziekenhuis.

x

LINKS: Deze wonde is het gevolg van necrotiserende fasciitis.
MIDDEN: In de Wondkliniek wordt topicale negatieve druktherapie toegepast.
RECHTS: Resultaat na topicale negatieve druktherapie.

Wondkliniek campus Sint-Jan

In Brugge maakt de Wondkliniek gebruik van de infrastructuur van de polikliniek Algemene Heelkunde. Dr. Sebastiaan Van Cauwenberge is de verantwoordelijke geneesheer-specialist en wordt hierin bijgestaan door een verpleegkundig wondzorgspecialist, Baudewijn Oosterlynck.

De functie van de bestaande structuren zoals de Voetkliniek en wondzorg op

de poli Orthopedie blijft onveranderd. De poliklinische consultaties van de Wondkliniek zijn gepland op woensdag- en vrijdagnamiddag van 13.00 uur tot 17.00 uur, maar men kan er steeds terecht voor advies omtrent wondzorg.

De Wondkliniek op campus Sint-Jan is bereikbaar op het nummer 050 45 25 64.

De medewerkers van de Wondkliniek op campus Sint-Jan: v.l.n.r. Baudewijn Oosterlynck, dr. Sebastiaan Van Cauwenberge en Filip Deceur. De medewerkers van de Wondkliniek op campus Sint-Jan: v.l.n.r. Baudewijn Oosterlynck,
dr. Sebastiaan Van Cauwenberge en Filip Deceur.

Wondkliniek campus Henri Serruys

In Oostende staat de Wondkliniek onder leiding van de geneesheer-specialisten dr. Alain Vanhulle en dr. Karel D’hoore. Zij worden bijgestaan door drie specifiek opgeleide wondzorgverpleegkundigen, namelijk Sophie Betsch, Dominique Vandemoortele en Nathalie Laroye.

Met vragen of voor advies kunt u steeds terecht op het nummer 059 40 20 48 (Sophie Betsch), 059 40 20 49 (Dominique Vandemoortele) of 059 40 20 84 (Nathalie Laroye) van de wondzorgkliniek op campus Henri Serruys.

 

Ook nog in Artikels