Cryopreservatie of het invriezen van embryo’s zit de laatste jaren in de lift. Embryo’s invriezen na een in vitrofertilisatiecyclus gebeurt steeds vaker: om het risico op ovarieel hyperstimulatiesyndroom te minimaliseren en om het aantal tweelingen bij fertiliteitsbehandelingen te beperken. Het Centrum Reproductieve Geneeskunde (CRG)-Brugge-Kortrijk kan voor het invriezen, ontdooien en terugplaatsen van ingevroren embryo’s zeer mooie zwangerschapsresultaten voorleggen, die de laatste jaren systematisch boven het Belgische gemiddelde liggen.

 

Op dinsdag 27 juni 2017 verdedigde dr. Arne van de Vijver, diensthoofd Fertiliteit van het CRG-Brugge-Kortrijk, zijn doctoraal proefschrift met als titel ‘Optimization of frozen-thawed embryo transfer protocols’ aan de Vrije Universiteit Brussel. In dit proefschrift onderzocht hij een aantal bestaande transferprotocols van ingevroren en ontdooide embryo’s in een poging deze te optimaliseren.

Verminderde vruchtbaarheid

Als koppels na een jaar onbeschermd seksueel contact niet zwanger zijn, volgt meestal een verwijzing voor verdere behandeling. Deze kan bestaan uit reproductieve heelkunde, ovulatie-inductie, intra-uteriene inseminatie, in vitrofertilisatie (IVF) of intracytoplasmatische sperma-injectie (ICSI). In 1978 werd de eerste baby geboren na een IVF-behandeling (Louise Brown). Sindsdien zijn de verschillende vruchtbaarheidstechnieken sterk verbeterd en is ook het aantal behandelingen enorm toegenomen. Momenteel wordt 1 – 4 % van de kinderen in Europa geboren na een geassisteerde vruchtbaarheidsbehandeling.

Tijdens een IVF- of ICSI-behandeling vormt hormonale stimulatie van de patiënte de eerste stap. Daardoor groeien meerdere follikels op de eierstokken. Eicellen worden uit de follikels geprikt, om deze daarna in het labo te bevruchten. Na enkele dagen ontstaan hieruit een of meerdere embryo‘s. Meestal wordt één embryo onmiddellijk teruggeplaatst in de baarmoeder. In België is sinds 2003 zelfs in de wetgeving opgenomen dat bij de eerste en tweede IVF- of ICSI-behandeling onder de leeftijd van 36 jaar de transfer van meer dan één embryo per keer niet toegestaan is. De invoering van deze regel gebeurde, met succes, om het aantal tweelingen te beperken. Meerlingzwangerschappen eindigen immers vaak in een vroeggeboorte. Dit brengt veel medische kosten en complicaties voor de kinderen met zich mee. Om ook het risico op een ovarieel hyperstimulatiesyndroom te vermijden, worden na een stimulatie vaak alle embryo’s ingevroren. Dit heeft het aantal opnames voor deze mogelijk ernstige aandoening de laatste jaren sterk gereduceerd.

Cryopreservatie of het invriezen van embryo’s

De embryo’s invriezen doet het CRG-Brugge-Kortrijk in het fertiliteitslabo op campus Sint-Jan van het AZ Sint-Jan Brugge-Oostende AV. Bij het invriezen worden embryo’s op zeer lage temperatuur bewaard, zonder dat ze hun levensvatbaarheid verliezen bij het ontdooien. Celschade kan echter wel optreden door ijskristalvorming of de toxiciteit van de gebruikte producten bij dergelijke procedures. In 1984 werd de eerste baby geboren na het ontdooien en terugplaatsen van zo’n embryo. De invriestechnieken werden sindsdien steeds performanter. Door de ontwikkeling van de vitrificatie, een zeer snelle (15.000 tot 30.000 °C/min) koeling van het embryo tot -196 °C, kon de overleving na dooi stijgen tot 95 % ten opzichte van de oudere techniek van slow freezing. Daarbij bedroeg de overleving slechts 50 %.

Hoewel de vooruitgang binnen de labotechnieken voor een duidelijk verbeterde overleving na dooi heeft gezorgd, blijft een optimale synchronisatie tussen de ontwikkeling van het endometrium en het embryo essentieel voor een succesvolle implantatie.

Terugplaatsing of transfer van een ingevroren en ontdooid embryo

Eens het embryo ontdooid is, dient terugplaatsing in de baarmoeder op het juiste moment te gebeuren. Het baarmoederslijmvlies moet ‘receptief’ zijn om het embryo te laten implanteren. Tot op heden is er nog veel discussie of deze terugplaatsing best binnen een natuurlijke cyclus of een artificiële cyclus gebeurt en wat de optimale dagen zijn voor de terugplaatsing van deze ontdooide embryo’s.

In een natuurlijke cyclus controleren de hormonen die de eierstokken produceren de ontwikkeling van het baarmoederslijmvlies. Deze hormonale signalen wijzigen naargelang van het moment in de cyclus. Ze stimuleren het baarmoederslijmvlies om dikker te worden (oestrogeeneffect) en zich dan om te bouwen naar een receptieve status (progesteroneffect). Een succesvolle zwangerschapsinductie bij een vrouw met vroegtijdige menopauze maakte in het verleden al duidelijk dat het mogelijk is om een natuurlijke cyclus na te bootsen door oestrogenen en progesteron toe te dienen om een receptief endometrium te creëren. Dit noemt men een artificiële cyclus. Tot nu is er binnen de wetenschappelijke wereld geen consensus over wat nu de beste voorbereiding is van het endometrium om de kans op zwangerschap zo hoog mogelijk te maken.

Verloskundige en neonatale uitkomsten

De verloskundige en neonatale uitkomst na de transfer van een ingevroren en ontdooid embryo blijkt zeer geruststellend. Ten opzichte van kinderen die geboren werden na een ‘verse’ embryotransfer is het geboortegewicht van kinderen na een terugplaatsing van een ingevroren en ontdooid embryo zelfs iets hoger.

Stijgende aantallen en hoge slaagkansen

Momenteel wordt bij geassisteerde vruchtbaarheidsbehandelingen in België 1 kind op de 3 geboren na een frozen-embryo transfer. Ook in het CRG-Brugge-Kortrijk treedt bijna 1 op de 2 bevallingen op na een frozen-embryo transfer. Opvallend hierbij is dat het CRG-Brugge-Kortrijk voor deze procedure heel hoge slaagkansen kan aanbieden, die de laatste jaren blijvend boven het nationale gemiddelde in België liggen. Dit kan enkel mits een zeer goed werkend laboratorium en de uitstekende samenwerking tussen de kliniek en het labo. Het CRG-Brugge-Kortrijk hoopt dan ook zijn technieken nog verder te kunnen verbeteren door nieuwe technologieën vlot te implementeren.

 

U kunt hier het volledige artikel als pdf lezen.

Ook nog in Artikels