Soms is het nodig om het oog van een patiënt te verwijderen. Om esthetische redenen kan de oogarts in dat geval een vals oog of kunstoog plaatsen. Het doel van een goed kunstoog is een zo natuurlijk mogelijke situatie na te bootsen waarbij dit kunstoog ook in zekere mate kan meebewegen. Wanneer het niet opvalt dat iemand een kunstoog draagt, kunnen we spreken over een geslaagd resultaat.


Er bestaat een algemene misvatting dat een kunstoog bestaat uit een “knikker” die de oogarts aanbrengt nadat het oog werd verwijderd. In feite bestaat een kunstoog uit een dunne schelpvormige oogprothese, geplaatst bovenop een dieper gelegen bolvormig en beweeglijk implantaat.

Wanneer wordt het oog verwijderd?

Er zijn twee indicaties om de oogbol te verwijderen.

De eerste en meest frequente indicatie is een pijnlijk blind oog. Het gaat hier meestal om patienten die reeds enige tijd een blind oog hebben als gevolg van een vroeger oogtrauma of andere pathologie. Bij sommigen is de pijn niet onder controle te houden met medicatie. De oogarts stelt bijgevolg de indicatie om de ooginhoud te verwijderen (evisceratie). Bij een evisceratie wordt de inhoud verwijderd, maar behoudt de patient zijn eigen sclera.

De tweede indicatie voor het verwijderen van de oogbol is een intraoculaire tumor die niet in aanmerking komt voor radiotherapie of een andere behandeling. Hierbij wordt de oogbol in toto verwijderd, zowel de ooginhoud als de sclera (enucleatie).

Operatietechniek

x

Bij een enucleatie wordt zowel de
ooginhoud als de sclera verwijderd, bij een evisceratie behoudt de patiënt zijn eigen sclera

Tijdens de evisceratie of enucleatie wordt het oog verwijderd en vervangen door een bolvormig kunststof implantaat met een diameter van ongeveer 2 cm. Bij een evisceratie bevestigt de oogarts dit implantaat in de eigen sclera. Bij een enucleatie daarentegen bekleedt hij het implantaat met donorsclera (bij gebrek aan eigen sclera). Tijdens deze twee ingrepen blijven de eigen extraoculaire spieren bewaard, en worden ze opnieuw aangehecht op de sclera die zich rond het implantaat bevindt.

Het implantaat heeft als doel om de orbita op te vullen zodat dit de basis kan vormen waarop de toekomstige schelpvormige oogprothese wordt aangepast. Het goed plaatsen van een aangepast implantaat (qua grootte) is belangrijk voor het definitieve resultaat. Als het implantaat te klein is, zal er een diepere holte ontstaan en moet de oogprothese groter gemaakt worden om de diepte te compenseren. Als het implantaat te groot is, kan deze gaan extruderen.

Na het aanhechten van de spieren kan het implantaat meebewegen en in beperktere mate ook de bovenliggende oogprothese.

Als laatste stap wordt de conjunctiva en het kapsel van Tenon in verschillende lagen over het implantaat gehecht. Onmiddellijk na de ingreep plaatst de arts een conformer – een ovale ring in kunststof die ter plaatse moet blijven tot de oogprothese aangepast is.

Behandeling na de ingreep

De patiënt dient dagelijks de wond te spoelen en antibiotische oogzalf aan te brengen. De conformer mag er in geen geval uitgehaald worden, want dan dreigt de holte dicht te groeien zodat een latere oogprothese niet meer gedragen kan worden.

Oogprothese of kunstoog

Zes weken na de enucleatie of evisceratie met plaatsing van het implantaat kan de schelpvormige oogprothese aangepast worden. De oogprothese is niet bolvormig zoals velen denken, maar schelpvormig. Ze heeft een driedimensionale diepte die de voorkamer van een oog nabootst, en wordt gemaakt door een oogprothesist. Die baseert zich op de kleur, grootte en kenmerken van het andere oog om de prothese te maken. Er zijn in België slechts een aantal gespecialiseerde oogprothesisten. De hedendaagse prothesen bestaan uit kunststof. Vroeger waren ze gemaakt uit glas, wat een heel natuurlijk effect gaf, maar helaas ook gepaard ging met een grote breekbaarheid.

De schelpvormige oogprothese heeft een driedimensionale diepte die de voorkamer van  een oog nabootst. De oogprothesist baseert zich op de kleur, grootte en kenmerken van het andere oog om de prothese te maken. De schelpvormige oogprothese heeft een driedimensionale diepte die de voorkamer van een oog nabootst. De oogprothesist baseert zich op de kleur, grootte en kenmerken van het andere oog om de prothese te maken.

Onderhoud van een oogprothese

De patiënt kan de oogprothese zelf gemakkelijk inbrengen en uithalen. De prothese wordt ongeveer eenmaal per week verwijderd om te reinigen.

Terugbetaling

Om de vijf jaar heeft de patiënt recht op terugbetaling van een nieuwe prothese. De meeste prothesen verkleuren een beetje na enkele jaren, door het contact met zonlicht.

Verwikkelingen

»  Extrusie van het implantaat
Zeldzaam kan het implantaat extruderen, d.w.z. doorheen de sclera en conjunctiva naar buiten komen, als gevolg van een infectie of wanneer  het implantaat te groot is.

»  Slijmvorming
De meest frequente klacht is irritatie en slijmvorming rond de prothese, veroorzaakt door wrijving tussen de prothese en de mucosae. Dit treedt vooral op wanneer de prothese bekrast is na een tijdlang dragen. Daarom wordt aangeraden om de prothese jaarlijks te laten polieren.

»  PESS of Post-Enucleation Socket Syndrome
Na een aantal jaar is het mogelijk dat het kunstoog dieper komt te liggen. Het bovenooglid en onderooglid zullen afhangen waardoor het kunstoog niet meer mooi op zijn plaats blijft zitten. Dit is meestal het gevolg van een afname van volume in de oogkas of een migratie van het implantaat, die de normale verhoudingen in de oogkas verstoren. Om PESS te behandelen moet de arts de oogkasholte weer opvullen. Hiervoor bestaan verschillende mogelijkheden, gaande van silicone block tot implantatie van eigen vetweefsel in de oogkas.

Bij deze patiënt vertoont de prothese van het rechteroog PESS. Bij deze patiënt vertoont de prothese van het rechteroog PESS.

»  Oogprothese valt spontaan uit
Door het jarenlang dragen van een oogprothese kan het onderooglid gaan doorhangen wegens het gewicht van de prothese. De prothese heeft dan nog onvoldoende houvast om zich te fixeren en dreigt er spontaan uit te vallen. Door middel van een ophanging of versteviging van het onderooglid geeft men opnieuw steun aan de oogprothese.

Bij deze patiënt hangt het onderooglid rechts door, waardoor de oogprothese dreigt uit te vallen. Bij deze patiënt hangt het onderooglid rechts door, waardoor de oogprothese dreigt uit te vallen.

Besluit

Het plaatsen van een zo natuurlijk mogelijke oogprothese begint bij de evisceratie of enucleatie. Een voldoende groot, beweeglijk implantaat vormt de basis waarop later de schelpvormige prothese opgebouwd wordt. Voortdurende interactie tussen oogarts en prothesist is noodzakelijk voor een blijvend, goed functioneel en esthetisch resultaat.

Ook nog in Artikels