Sinds 1988 kunnen Belgische diabetescentra een revalidatieovereenkomst voor zelfregulatie bij diabetespatiënten afsluiten met het RIZIV. In het kader van deze overeenkomst – de diabetesconventie – wordt zelfregulatie (zelfcontrolemateriaal en de daarbij noodzakelijke educatie) aangeboden aan diabetespatiënten die met minimum twee insuline-injecties per dag behandeld worden. Het doel van de diabetesconventie is de verbetering van de diabetesregulatie en de globale aanpak (behandeling van andere cardiovasculaire risicofactoren zoals overgewicht, bloeddruk, lipiden). Op die manier wil men op lange termijn niet alleen de typische diabetescomplicaties, maar ook de macrovasculaire complicaties vermijden.

 

Het ‘Initiatief voor Kwaliteitsbevordering en Epidemiologie voor Diabetes’ (IKED) werd in 2001 opgericht als kwaliteitsbevorderingsproject. Alle conventiecentra nemen verplicht deel aan dit project. Binnen het IKED-project functioneert een stuurgroep met vertegenwoordigers en artsen van universitaire en niet-universitaire centra, mutualiteiten en patiëntenorganisaties. De verzameling en verwerking van gegevens wordt uitgevoerd door een onafhankelijk instituut, het Wetenschappelijk Instituut voor Volksgezondheid (WIV). De IKEDstudie is het enige lopende gestructureerde programma voor kwaliteitsevaluatie en -bevordering in de diabeteszorg in België.

Doelstelling en principe

De studie beoogt in de eerste plaats een verbetering van de kwaliteit van de diabeteszorg in de centra zelf. Elk centrum verzamelt voor een aselecte representatieve steekproef van conventiepatiënten een aantal gegevens over het profiel van de patiënt, de behandeling, de risicofactoren voor micro- en macrovasculaire complicaties, de vroegtijdige merkers van de complicaties en de eindstadiumcomplicaties. De gegevens van alle centra worden na anonimisatie verzameld op de nationale server in het WIV. Na verwerking van de gegevens geeft het WIV feedback, zodat elk centrum zijn eigen resultaten kan vergelijken met die van andere centra (anonieme benchmarking) en eventuele aanpassingen in zijn diabeteszorg en organisatie kan doorvoeren. Het is niet de filosofie van de IKED-studie om controle van bovenaf uit te oefenen, maar wel om de zorg te verbeteren door lokale maatregelen in de centra zelf te stimuleren. De gegevens worden ook verwerkt in een rapport aan het RIZIV, dat kan gebruikt worden om adviezen te geven aan de overheid over de organisatie van diabeteszorg. Aangezien het om nationale gegevens gaat, die uniek zijn voor België, worden ze ook gebruikt voor epidemiologische doeleinden. Ten slotte kadert de datacollectie in een internationaal protocol, Diabcare, waardoor in de toekomst vergelijking met andere landen mogelijk wordt.

Resultaten

Sinds de start in 2001 zijn er in de IKED-studie vier datacollecties gebeurd. Momenteel beschikken we over de gegevens van 32000 patiënten. De overgrote meerderheid van type 1 diabetespatiënten zijn opgenomen in de conventie en de gegevens mogen dus als representatief beschouwd worden voor de volledige Belgische type 1 diabetespopulatie. Voor de type 2 diabetici is dit niet het geval. De type 2 diabetici in de conventie bevinden zich al in een gevorderd stadium van de ziekte. Ze worden met minstens twee insuline-injecties behandeld, maar meer en meer ook met intensieve insulinetherapie, en hebben dikwijls te kampen met ernstige complicaties. De diabetespopulatie vertoont bovendien ook een complex patroon van cardiovasculaire risicofactoren. Dit alles vraagt een multifactoriële behandeling, die niet alleen gericht is op glycemiecontrole maar ook op cardiovasculaire preventie en vroegtijdige detectie en adequate behandeling van complicaties. Het inpassen van die behandeling in het dagelijkse leven is niet eenvoudig en vergt continue begeleiding door een multidisciplinair diabetesteam. De IKED-gegevens tonen aan dat dit in de conventie op een zeer performante wijze gebeurt. De resultaten zijn in vergelijking met buitenlandse gegevens over vergelijkbare populaties bijzonder goed, zeker wanneer men er rekening mee houdt dat het over real-life data gaat en niet over een geselecteerde studiepopulatie. De voornaamste doelstelling van IKED is erover te waken dat de zorg op niveau blijft en, indien mogelijk, verbetert. Daarom wordt na de verwerking van de data uitgebreide individuele feedback bezorgd aan elk centrum. Op basis hiervan kan het centrum zijn diabeteszorg aanpassen en verbeteren. Dit heeft sinds het opstarten van IKED al duidelijke resultaten opgeleverd.

azlink-9-artikel-47-iked-1

Conclusie

IKED is dus een uitstekend middel om de diabeteszorg op te volgen en bij te sturen. Het kan als model dienen voor kwaliteitsbewaking van de zorg bij andere chronische ziekten en ook voor opvolging van het zorgtraject diabetes, dat in principe in 2009 opgestart wordt. Met het diabeteszorgtraject wil men de diabeteszorg in de eerste lijn verbeteren door het gestructureerd aanbieden van zelfcontrolemateriaal en educatie. Hiervoor zal een intensieve samenwerking met diabeteseducatoren en diabetologen noodzakelijk zijn. De praktische organisatie en uitwerking van het project is momenteel nog ter discussie in het RIZIV.

Referenties

Initiatief voor Kwaliteitsbevordering en Epidemiologie bij Diabetes – IKED: rapportresultaten 2005-2006. Wetenschappelijk Instituut voor Volksgezondheid – Afdeling Epidemiologie.

 

Ook nog in Artikels