Het pediatrisch voedingsteam van het AZ St Jan Brugge
Wat voor het ene kind een vanzelfsprekend plezier is, wordt voor het andere een dagelijkse strijd. Maaltijden verlopen gespannen, nieuwe voeding wordt resoluut geweigerd of eten lukt nauwelijks. Voor ouders zorgt dat vaak voor ongerustheid, machteloosheid en eindeloze vragen.
Om gezinnen met ernstige en aanhoudende voedingsproblemen beter te ondersteunen, richtten we eind 2023, het pediatrisch voedingsteam op: een gespecialiseerd team dat verder kijkt dan wat er op het bord ligt.
Eén team, meerdere invalshoeken
Het pediatrisch voedingsteam staat onder leiding van dr. Tania Claeys, kinderarts met expertise in kindergastro-enterologie, hepatologie en nutritie.
Zij wordt ondersteund door een vast paramedisch team bestaande uit pediatrische diëtisten Sofie en Irene, pediatrische logopedisten Gertie en Marie en kinderpsycholoog Juliet. Elk teamlid brengt zijn of haar specifieke expertise in met één gemeenschappelijk doel: het eetproces bij het kind opnieuw haalbaar en werkbaar maken, in de context van het hele gezin.
Kinderen die naar het voedingsteam worden doorverwezen, starten met een uitgebreide intake bij het paramedisch team. Op basis daarvan plannen we een verdere multidisciplinaire opvolging, altijd afgestemd op de noden van het kind en zijn of haar omgeving.
Voor wie?
Op onze gespecialiseerde raadpleging verwelkomen we alle kinderen met langdurige en ernstige voedingsproblemen. Die problemen kunnen zich op verschillende manieren uiten. Zoals bij kinderen die heel weinig of niets willen of kunnen eten, extreem selectief eten, moeite hebben met structuur of geen brokjes verdragen, of gezinnen waarbij elke maaltijd gepaard gaat met spanning en strijd.
Kinderen met voedingsproblemen die hoofdzakelijk samenhangen met een verstoord lichaamsbeeld, zoals bij anorexia nervosa, kunnen niet binnen het voedingsteam worden opgevolgd. Voor hen voorzien we aangepaste zorg binnen de algemene poli Kindergeneeskunde.
Hoe ziet zo’n traject eruit?
Tijdens de consultaties brengen we verschillende aspecten in kaart: de medische voorgeschiedenis, groeicurves, het huidig voedingspatroon en de eetgewoontes, maar ook de pedagogische leefomgeving en de sociale context van het kind.
Om zo efficiënt mogelijk te werken, vinden de consultaties plaats met meerdere disciplines samen in één ruimte. Zo hoeven ouders hun verhaal maar één keer te vertellen en kunnen observaties en inzichten meteen op elkaar worden afgestemd. Dat leidt tot een gezamenlijk en gedragen advies, dat zowel medisch onderbouwd als praktisch haalbaar is.
Een voorbeeld: Wanneer ‘een hapje proeven’ geen optie is
Lena is 5 en eet al maanden vrijwel hetzelfde: droge pasta, wit brood en yoghurt. Groenten of vlees op haar bord zorgen meteen voor paniek. Ze weigert te eten, duwt het bord weg of begint te huilen. Maaltijden duren lang en zijn voor het hele gezin beladen momenten geworden. Haar gewicht en lengte zijn wel nog goed.
Binnen het pediatrisch voedingsteam vertrekken we in zo’n situatie niet vanuit wat een kind zou moeten eten, maar vanuit wat het wel aankan. De eerste doelstelling bij Lena is stress verminderen rond voeding en maaltijden opnieuw aangenaam maken.
Dat betekent onder andere: geen voeding verstoppen of mengen, respect hebben voor vaste eetvoorwaarden van het kind en het kind zelf controle laten houden. Nieuwe voedingsmiddelen worden niet opgedrongen, maar mogen eerst bekeken, aangeraakt of verkend worden, op het tempo van het kind.
Pas wanneer de angst rond eten afneemt, kan er stap voor stap gewerkt worden aan meer variatie. Voor sommige kinderen gebeurt dat spontaan, voor anderen vraagt het een langer en intensiever traject. Wat altijd centraal staat, is vertrouwen herstellen.
We vragen kinderen niet om te eten tegen hun gevoel in, maar om zich opnieuw veilig te voelen bij eten. Van daaruit kan groei ontstaan.




