Non-Hodgkin lymfoom, waarvan de incidentie wereldwijd toeneemt, is een frequente diagnose, met een incidentie van ongeveer 10 gevallen per 100.000 mannen en 8 gevallen per 100.000 vrouwen. Onder de noemer non-Hodgkin lymfoom worden een groot aantal aandoeningen gegroepeerd met een sterk uiteenlopend klinisch gedrag. De globale groep wordt dan ook vaak opgedeeld in laaggradige lymfomen, die traag maar gestadig evolueren en hooggradige lymfomen, die veeleer agressief evolueren.

Het therapeutisch arsenaal voor deze aandoeningen is omvangrijk en gevarieerd. Naast chemotherapie en externe radiotherapie omvat het ook rituximab, een monoklonale antistof gericht tegen CD20, een antigen op het membraan van vele B-cel-lymfomen. Bij laaggradige lymfomen kan soms ook een afwachtende houding worden aangenomen. De behandeling van lymfomen evolueert snel en vele patiënten worden dan ook geïncludeerd in trials.

Recent werd een nieuw wapen aan dit therapeutische arsenaal toegevoegd: ibritumomab tiuxetan, met yttrium-90 gemerkt, dat wordt gecommercialiseerd onder de naam Zevalin. Deze behandeling combineert eigenlijk twee van de meer klassieke behandelingsstrategieën: het gebruik van monoklonale antistoffen en radiotherapie.

Ibritumomab, de antistof van Zevalin, is sterk verwant aan rituximab, en dus ook gericht tegen het membraanantigen CD20. Rituximab is immers niets anders dan een vertimmerde versie van ibritumomab, met de bedoeling het meer te doen lijken op humane antistoffen. Op zichzelf heeft ibritumomab dus al een antitumoraal effect, maar in Zevalin is deze antistof bovendien gemerkt met yttrium-90. Dat is een bètastraler, met een halfleven van 64 uur. Na intraveneuze toediening van Zevalin gaat het ibritumomabgedeelte ervan zich hechten op de CD20-antigenen op het membraan van B-lymfocyten. Op die manier brengt het de eraan gekoppelde bètastraler dus (ook) naar de tumorale cellen, die zo lokaal worden bestraald.

De uitgezonden bètastraling legt gemiddeld een afstand van 5 mm af in het omliggende weefsel, wat overeenkomt met zo’n 100 tot 200 celdiameters. Ook cellen in de omgeving van de cel waarop het antilichaam terechtkomt worden zo mee bestraald. Dat fenomeen staat bekend als ‘kruisvuur’ en speelt een belangrijke rol bij slecht gevasculariseerde of volumineuze massa’s.

Deze behandeling heeft een belangrijk potentieel voordeel ten opzichte van uitwendige radiotherapie. Ze richt de bestraling namelijk op de aangetaste weefsels en spaart de niet aangetaste weefsels. Voor een aandoening als lymfoom, met een vaak verspreide aantasting, is dat zeker een pluspunt.

In de Verenigde Staten heeft het officiële controleorgaan FDA de Zevalinbehandeling goedgekeurd voor recidiverend of refractair laaggradig, folliculair of getransformeerd non-Hodgkin lymfoom, inclusief folliculair B-cel NHL refractair aan rituximab. Het indicatiegebied is echter nog in volle evolutie en er kan verwacht worden dat Zevalin ook bij hooggradige lymfomen een rol kan spelen. Het lijkt erop dat Zevalin het meest doeltreffend en veilig is wanneer het bij het begin van de behandeling wordt gegeven.

Intraveneuze toediening van Zevalin wordt altijd voorafgegaan door twee intraveneuze toedieningen van rituximab, de eerste een week voor en de tweede op de dag van de toediening van Zevalin. Rituximab verwijdert cellen met CD20 zo veel mogelijk uit de circulatie, zodat de Zevalin zich vervolgens vooral op de lymfoomhaarden kan neerzetten om daar lokaal te bestralen. Circulerende activiteit op CD20-positieve cellen zou daarentegen niet bijdragen tot een nuttige bestraling.

Allergische reacties zijn mogelijk, maar doen zich meestal voor bij de infusie van rituximab. De belangrijkste nevenwerking van de behandeling met Zevalin als dusdanig is echter onderdrukking van het beenmerg, met een voorbijgaande trombocytopenie en neutropenie. Die bereiken hun dieptepunt een 8-tal weken na de toediening van het product, en kunnen veelal ambulant behandeld worden. Deze beenmergtoxiciteit is ook de reden waarom voor de behandeling dient nagegaan of het beenmerg nog over voldoende reserve beschikt; zoniet is behandeling met Zevalin tegenaangewezen. Bij thrombopenie dient de dosis Zevalin gereduceerd te worden.

Op het vlak van stralingsbescherming stelt Zevalin geen problemen: bètastraling heeft enkel een lokaal effect en lekt niet uit het lichaam van de patiënt. Enkele eenvoudige maatregelen volstaan: urinespatten wegnemen, het toilet grondig doorspoelen, handen wassen na toiletbezoek en gedurende 1 week een condoom gebruiken bij seks. Zwangerschap dient vermeden gedurende 1 jaar na de behandeling.

Nog maar sinds kort is Zevalin in België commercieel beschikbaar. In het AZ Sint-Jan AV bestaat al een ruime ervaring met dit product die werd en wordt opgedaan in klinische trials. Een optimale coördinatie tussen de diensten hematologie en nucleaire geneeskunde blijkt de sleutel tot het succesvolle verloop van deze behandeling.

Ook nog in Artikels