skip to Main Content

Transkatheteraortaklepimplantaties

De deliverykatheter van CoreValve helpt de prothese op de exacte plaats van de aortaklep te brengen.
De deliverykatheter van CoreValve helpt de prothese op de exacte plaats van de aortaklep te brengen.

Eind jaren 50 maakte de ontwikkeling van de hart-longmachine hartklepvervangingen mogelijk. In de loop der jaren werden progressief betere operatietechnieken en klepprotheses geïntroduceerd. Toch blijft er een groeiende groep bejaarde hoogrisicopatiënten waarbij de “klassieke”klepchirurgie als te riskant wordt ingeschat. Voor deze groep patiënten werd TAVI (Transcatheter Aortic Valve Implantation) ontwikkeld.


Bij TAVI brengt het cardiologisch team een stentgemonteerde aortaklepbioprothese via een katheter vanuit de liesslagader tot op de plaats van de vernauwde aortaklep, waarbij de prothese dan ontplooid wordt. Twee TAVI-systemen zijn sinds 2008 klinisch toepasbaar: enerzijds de CoreValve® zelfexpanderende stentprothese (die het AZ Sint-Jan Brugge-Oostende AV gebruikt) en anderzijds de Edwards SAPIEN®aortaklepprothese die via eenballonexpandeerbare stent in de  aortawand verankerd wordt.

Casuïstiek

x

De CoreValve-aortaklepprothese.

In het voorjaar van 2009 werd in ons ziekenhuis de eerste transkatheter-aortaklepimplantatie verricht. Via een opening van 6 mm in de rechterliesslagader kon men een TAVI-prothese opschuiven doorheen de aorta van een hoogbejaarde patiënt. De aortaklepprothese werd succesvol geïmplanteerd ter vervanging van de ernstig vernauwde natieve aortaklep. Na een week kon de patiënt het ziekenhuis in goede toestand verlaten. Twee jaar later blijft de nieuwe klep perfect werken in een asymptomatische patiënt. Inmiddels behandelde ons ziekenhuis 13 patiënten met een transkatheter-aortaklepimplantatie.

Patiëntenselectie

De potentiële patiënten voor TAVI worden gescreend door een team bestaande uit cardiologen en cardiochirurgen. Enkel patiënten met een hoog peroperatief mortaliteitsrisico en met een verwachte overlevingsduur van meer dan 18 maanden na de aortaklepvervanging komen in aanmerking. Het team overloopt een checklist met anatomische en functionele criteria en controleert daarbij gegevens van de echocardiografie, hartkatheterisatie en CT-scan om na te gaan of de patiënt een geschikte kandidaat is voor TAVI.

Procedure

x

De CoreValve-prothese vervangt de aortaklep.

De procedure gebeurt in het cathlab onder volledige anesthesie en onder continue transoesofagale echocardiografische monitoring. De beide liesslagaders worden aangeprikt: de ene zijde voor diagnostische hartkatheterisatie (opening van 2 mm) en de contralaterale zijde voor het opvoeren van de klepprothese (opening van 6 mm).

Een tijdelijke pacemakerkatheter wordt in de rechterventrikel geplaatst en tijdens snelle pacing met een externe pacemaker aan 170 slagen/min (om het hart kortstondig functioneel “stil te leggen”) gebeurt een ballondilatatie waarbij de natieve stenotische aortaklep tegenaan de aortawand gedrukt wordt.De CoreValve-prothese, vooraf in steriel ijswater samengeperst tot een diameter van 6 mm, wordt via een deliverykatheter doorheen de arteria femoralis en de aorta retrograad tot op de exacte plaats van de aortaklep opgeschoven. Vervolgens wordt een dun beschermingsmembraan weggeschoven van de CoreValve-prothese, die zich ontplooit dankzij haar temperatuurgevoelige zelfexpanderende eigenschappen. Op die manier wordt de CoreValve-prothese verankerd in de aortawortel. De nieuwe klep is onmiddellijk functioneel.

Resultaten en complicaties

De TAVI-procedures gebeuren enkel bij patiënten met een prohibitief risico voor (klassieke) aortaklepchirurgie.Complicaties zijn in deze hoogrisicogroep uiteraard niet zeldzaam. Arteriële bloedingen, intracardiale geleidingsstoornissen en in 1 à 2% van de gevallen CVA (cerebrovasculair accident) of TIA (Transient Ischaemic Attack) vormen de belangrijkste complicaties.

Bij de groep overlevenden ziet men meestal een belangrijke verbetering van validiteitsklasse en levenskwaliteit. In september 2010 werd een eerste prospectieve gerandomiseerde studie voorgesteld (de PARTNER-trial) die TAVI vergeleek met optimale medicamenteuze therapie. De eenjaarsmortaliteit in de TAVI-groep was significant beter dan in de optimale medicatiegroep. Vergelijkende studies tussen TAVI en klassieke aortaklepchirurgie lopen nog.

Besluit

TAVI vormt een belangrijke aanwinst in de behandeling vanpatiënten met ernstige aortastenose en een hoog risico voor klassieke aortaklepchirurgie. De doelgroep bestaat voornamelijk uit bejaarden met een goede levensverwachting na correctie van de aortastenose. De resultaten van de eerste gerandomiseerde studie zijn gunstig. Indicaties nemen wereldwijd toe.

Een belangrijke beperking vormt de kostprijs (20.000 euro per klep). In de meeste Europese landen bestaat een terugbetaling voor deze protheses, in België nog niet. De implanterende hartcentra dragen voorlopig zelf de kost van de ingreep. Het teamwerk van de cardiologen, cardiochirurgen en cardioanesthesisten is essentieel voor het welslagen van de TAVI-procedures. Dit is één van de redenen waarom ons ziekenhuis een “Hartcentrum” oprichtte.

x

LINKS: Aortastenose vóór TAVI.
Rood = linkerventrikeldrukcurve (LV)
Blauw = aortadrukcurve (Ao) drukverschil LV-Ao in systole > 100 mmHg
systole LV 200 mmHg: hoge belasting van LV systole Ao 95 mmHg: slechte weefselperfusie.
RECHTS: Aortastenose na TAVI. drukverschil LV-Ao in systole = 0
normale weerstand tegen LV-lediging
goede weefselperfusie

 

x

Voor een transkathether-aortaklepimplantatie is teamwerk vereist.

Hartcentrum

Aansluitend op de visie en de missie van het ziekenhuis, “innovatieve referentiezorg voor iedereen”, en ter ondersteuning van de multi- en interdisciplinaire samenwerking in alle aspecten van de hartzorg, werd in september 2010 een “Hartcentrum” opgericht.

Dit Hartcentrum omvat de diensten Cardiologie en Cardiochirurgie en het departement Anesthesie. Elk van deze diensten behoudt zijn interne organisatie. Het overleg binnen het Hartcentrum gebeurt onder leiding van een voorzitter, samen met de medische diensthoofden en vertegenwoordigers van de andere zorgaspecten (hoofdverpleegkundigen, perfusionisten, …) uit de betrokken disciplines.

Het Hartcentrum streeft naar uitmuntendheid in alle deelaspecten van de hartzorg door een optimale inzet van mensen en middelen. Eén van de eerste projecten van het Hartcentrum is de ontwikkeling van percutane aortaklepimplantaties.

 

Back To Top