Tranende ogen vormen een veel voorkomende maar vaak onderschatte klacht. Bij tranenstase vermindert het zicht omdat men constant door de tranenfilm moet kijken. Bovendien ontstaat er chronische huidirritatie door zoutneerslag vanuit de tranen.

x

Figuur 1: Traanwegen: bovenste en onderste canaliculus komen samen uit in de traanzak.

Anatomie

De basale traansecretie wordt geproduceerd door de accessoire klieren in de oogleden. Reflextranen, die optreden bij het schillen van ajuinen of bij huilen, worden geproduceerd door de traanklier temporaal boven.

De tranen worden door de op- en neergaande beweging van de oogleden over de cornea via het traanafvoerkanaal weggepompt. Het traanafvoersysteem start bij het traanpunt, waar de tranen via de canaliculus superior en de canaliculus inferior afgevoerd worden in de traanzak. In het verlengde van de traanzak ligt de ductus nasolacrimalis, die uitmondt onder de concha inferior in de neus.

 

Oorzaak

Tranende ogen kunnen drie verschillende oorzaken hebben: hypersecretie vanuit de traanklier, verminderde pompfunctie van de oogleden en obstructie van het traanafvoersysteem.

1. Hypersecretie: reactieve tranen

Hypersecretie ontstaat als reflex op een beschadigde cornea. De meest frequente oorzaak is droogtekeratopathie waarbij er corneale wondjes ontstaan. Patiënten hebben dan voortdurend het gevoel een vreemd voorwerp in het oog te hebben (cfr. zandkorrelgevoel). Door de cornea regelmatig te bevochtigen met kunsttranen, herstelt ze en nemen ook de reactieve tranen af.

x

Figuur 2: Hypsersecretie Droogtekeratopathie: multipele corneale wondjes als oorzaak van een tranend oog

2. Verminderde pompfunctie

Wanneer de anatomie en de functie van de oogleden verstoord zijn als gevolg van leeftijdsgebonden laxiteit, parese of na chirurgie, kunnen tranen niet meer goed weggepompt worden. Dit leidt tot tranende ogen. Correctieve ooglidchirurgie is aangewezen om de traanafvoer te verbeteren.

3. Obstructie van het traanafvoersysteem

Proximale stenose
Proximale stenose omvat alle stenoses die proximaal van de traanzak gelegen zijn. De meest frequente oorzaken zijn ooginfecties (herpes) en medicamenteuze oorzaken, zoals behandeling met Taxotere.

 

 

x

Figuur 3: Verminderde pompfunctie Ectropion onderooglid waardoor een verminderde pompfunctie optreedt


Taxotere veroorzaakt een inflammatoire reactie ter hoogte van het slijmvlies in de canaliculi. Door zwelling van het slijmvlies ontstaat eerst een substenose en later een volledige stenose door verkleving van de slijmvlieswanden. Door vroegtijdig een siliconetube te plaatsen, wordt de traanweg mechanisch opengehouden, waardoor volledige stenose uitblijft.

Wanneer enkel het traanpunt vernauwd is, wordt een traanpuntplug geplaatst om het traanpunt te dilateren. Wanneer ook de canaliculi vernauwd zijn, wordt een bicanaliculaire stent geplaatst. Zowel traanpuntplug als bicanaliculaire stent worden ambulant geplaatst.Eenmaal de canaliculi volledig gestenoseerd zijn, is het niet meer mogelijk een siliconetube te plaatsen en gaat men over op een rechtstreekse bypass (Jones buis) tussen de mediale ooghoek en de neusholte.

x

Figuur 4: Obstructie van het traanafvoersysteem Bij een distale stenose wordt een bypass tussen de traanzak en de neus gemaakt (DCR operatie)


Distale stenose

Indien de stenose ter hoogte van de traanzak of de ductus nasolacrimalis gelegen is, spreekt men van een distale stenose. Mogelijke oorzaken zijn een vroegere neusfractuur, een traanzakcyste of een tumor. Meestal kan echter geen oorzaak gevonden worden. Dan spreekt men van een PANDO (Primary Acquired Nasolacrimal Duct Obstruction).

De behandeling van distale stenose bestaat uit een dacryocystorhinostomie (DCR) operatie waarbij een nieuwe bypass gelegd wordt tussen de traanzak en de neusholte. Hierbij komt het nieuwe ostium boven de axilla van de concha media te liggen. De DCR operatie wordt uitgevoerd via externe weg of via de neusholte. Bij externe DCR wordt een incisie gemaakt tegen de neusfl ank en wordt het traanzakslijmvlies verbonden met het neusslijmvlies. De externe procedure is de voorkeursprocedure wanneer men een traanzaktumor vermoedt of radiologisch bevestigd heeft.

Bij een endonasale DCR wordt de operatie uitgevoerd met een endoscoop via de neus. Er wordt een endolight geplaatst via de canaliculus superior tot in de traanzak, waardoor men in de neus de precieze locatie van de traanzak kan zien. Via de traanpunten worden siliconetubes geplaatst, die drie maanden ter plaatse blijven om het ostium mechanisch open te houden tijdens de helingfase.

Besluit

Tranende ogen kunnen verschillende oorzaken hebben. Hypersecretie van tranen wordt medicamenteus behandeld, afwijkingen van de pompfunctie met een ooglidcorrectie en traanwegobstructie door middel van stents of bypasschirurgie.

Ook nog in Artikels