In het AZ Sint-Jan AV wordt endoveneuze laserobliteratie toegepast als alternatief voor de klassieke heelkundige behandeling van spataderen. Bij deze minimaal invasieve techniek zijn de postoperatieve klachten beperkt. Bovendien kan de patiënt sneller het werk hervatten.

Spataderen aanpakken met lichtenergie

Oppervlakkige veneuze insufficiëntie – of spataderen – komt bij ongeveer 15 tot 20% van de Belgische bevolking voor. Tot voor kort bestond de klassieke behandeling van stamvaricosis uit een crossectomie (het afbinden van de ader via een liesincisie), met een al dan niet partiële stripping van de insufficiënte vena saphena magna of parva.

Sedert enkele jaren bestaan er minimaal invasieve technieken voor de behandeling van deze varices, met name de endoveneuze obliteratie met radiofrequentie, met schuimsclerotherapie of met laserenergie. Bij deze laatste techniek, die ook in het AZ Sint-Jan AV toegepast wordt, gebruikt de arts een diodelaser met een golflengte van 810, 940 of 980 nanometer. Het laserlicht wordt geabsorbeerd door het bloed. De lichtenergie wordt omgezet in hitte, die een stoombel produceert ter hoogte van de punt van de lasercatheter. Deze stoombel beschadigt het endotheel van de vaatwand. Secundair aan deze thermische endotheelbeschadiging ontstaat er een trombose van het bloedvat. In een volgend stadium treedt er een fibreuze littekenvorming op van de beschadigde vene.

Minimaal invasieve techniek onder echografische controle

De ingreep gebeurt onder algemene, locoregionale of lokale anesthesie (tumescentie). Onder echografische controle prikt de arts de insufficiënte vene aan en schuift een voerdraad op tot aan de cross. Over deze voerdraad wordt een angiografiecatheter opgeschoven en de voerdraad wordt vervangen door een laservezel. De laservezel wordt opgeschoven tot ongeveer 1,5 à 2 cm van de cross. Aansluitend vuurt de arts de laser af in ‘pulsed mode’ (1 à 2,5 seconden aan 8 tot 16 watt), terwijl hij het behandeld veneus segment manueel dichtdrukt. Na elke pulse wordt de laservezel over een afstand van ongeveer 3 mm teruggetrokken en wordt de laser opnieuw afgevuurd. Zonodig wordt de endoveneuze laserobliteratie van de insufficiënte stamvaricosis daarna aangevuld met flebectomies van de variceuze convoluten.

Beperkte postoperatieve klachten

De patiënt mag het ziekenhuis nog dezelfde dag verlaten. De patiënt dient gedurende een maand een compressiekous te dragen en wordt aangespoord om zijn normale activiteiten zo vlug mogelijk te hervatten. De meeste patiënten vertonen een hematoom ter hoogte van het behandelde segment, door microperforaties van de vene. Omdat er bij de ingreep geen liesincisie nodig is, zijn er slechts beperkte pijnklachten die bovendien goed reageren op NSAIDs. Er treden zelden paresthesieën op.

Resultaten

  • Blijvende occlusie van gemiddeld 98% na 3 maanden
  • Blijvende occlusie van gemiddeld 94% na 2 jaar
  • Geen kans op liesrecidief door neovascularisatie

Ook nog in Artikels