Ga naar hoofdinhoud
Wervelkolompathologie
V.l.n.r.: dr. Evelyne Linden, dr. Alexander Verhaeghe, dr. Hannie Braems, dr. Stijn De Muynck, dr. Karel Watteyne en dr. Davy Hoste.

Multidisciplinair spine-centrum: samen voor meer kwaliteit

Enerzijds gedreven door initiatieven van de FOD Volksgezondheid en het RIZIV en anderzijds door de overtuiging van de betrokken diensten ging in 2021 het ‘multidisciplinair spine-centrum’ officieel van start op campus Sint-Jan.

STRUCTURELE MAATREGELEN

In het kader van besparingen kreeg de Technisch Geneeskundige Raad (TGR) in een brief van 15 februari 2015 van overheidswege de vraag om structurele maatregelen uit te werken die onder meer het volume aan wervelkolomchirurgie beheersbaar zouden maken. Dit leidde tot een voorstel tot herschrijven van de spine-nomenclatuur dat kadert in een groter geheel met een pakket aan maatregelen. Het voorziet in de oprichting van een multidisciplinaire spine unit in de verplegingsinrichtingen met alle bijhorende aspecten: invoering van mono- en multidisciplinaire consulten, centralisatie van verstrekkingen met betrekking tot de wervelkolomchirurgie en invoering van een register dat een belangrijk instrument vormt voor de opvolging van de patiënten met wervelkolompathologie.

De Spine Society of Belgium (SSBe)*, de overkoepelende nationale wetenschappelijke vereniging die gegroeid is uit de Belgian Spine Society (Vlaamstalige orthopedische wervelkolomchirurgen), Groupe du Rachis (Franstalige orthopedische wervelkolomchirurgen), Belgian Society of Neurosurgery (BSN) en de Belgische Vereniging voor Fysisch Geneesheren en Revalidatieartsen (RBSPRM) vervulde in de praktische uitwerking van deze spine units een cruciale rol. Bij de publicatie van deze azlink-editie zal het koninklijk besluit, waarin alle voorwaarden officieel verankerd liggen voor de oprichting van de multidisciplinaire spine-centra, vermoedelijk officieel gepubliceerd zijn. Dit na overleg en besprekingen die dus in 2015 hun aanvang vonden.

SPINE-CENTRUM CAMPUS SINT-JAN

Op campus Sint-Jan vormen onderstaande diensten de kern van het multidisciplinair spine-centrum:

  • Fysische geneeskunde – revalidatie
  • Neurochirurgie
  • Orthopedie
  • Pijnkliniek
  • Radiologie

De werking van het multidisciplinair spine-centrum is gebaseerd op vier pijlers:

  • De multidisciplinaire spine-raadpleging (MSC).
  • Uniformisering van de diagnose en behandeling van spinale problemen door middel van een spinaal handboek.
  • Registratie van resultaten van zowel chirurgische als niet-chirurgische behandelingen.
  • Invoering van een nieuwe spine-nomenclatuur.

DE MULTIDISCIPLINAIRE SPINE-RAADPLEGING

Deze raadpleging wordt maandelijks op dinsdagavond gehouden met alle betrokken diensten tezamen. De patiënt zelf is meestal aanwezig. Een bespreking op basis van het dossier is echter ook mogelijk als de patiënt recent gezien geweest is door één heelkundige en één niet-heelkundige dienst. Naar aanleiding van deze consultatie wordt telkens een uitgebreid verslag voor de huisarts en alle betrokken artsen opgemaakt. Het voorliggend koninklijk besluit vermeldt volgende aanbevelingen voor een multidisciplinair overleg:

  • Chronische niet-specifieke nekpijn waarbij een chirurgische behandeling wordt overwogen.
  • Chronische niet-specifieke lage rugpijn waarbij een chirurgische behandeling wordt overwogen.
  • Patiënten bij wie vanwege degeneratieve pathologie een lumbale fusie op meer dan drie niveaus wordt overwogen.
  • Patiënten bij wie vanwege degeneratieve pathologie een tweede heringreep op indexniveau wordt overwogen.
  • Chronische niet-specifieke nek- of rugpijn waarbij na 6 maanden accurate conservatieve en revalidatietherapie onvoldoende effect wordt bekomen.
  • Radiculopathie die langer dan 6 maand bestaat ondanks niet-chirurgische behandeling.
  • Chronische nekpijn of rugpijn met of zonder radiculopathie voorafgaand aan een vierde therapeutische interventionele pijnbehandeling binnen de 12 maanden.
  • Patiënten bij wie percutane vertebro- of kyfoplastie wordt overwogen.

Verwijzingen naar de multidisciplinaire spine-raadpleging kan steeds via een van de betrokken diensten op campus Sint-Jan.

HET SPINAAL HANDBOEK

De uniformisering van de diagnosestelling en behandeling van een patiënt die zich aandient met wervelkolomgerelateerde problematiek is een belangrijke pijler in de multidisciplinaire aanpak van wervelkolompathologie. Dit zogenoemd ziekenhuisbreed spinaal handboek, dat de verschillende diensten gebruiken en dat als basis dient voor de evaluatie van patiënten tijdens het multidisciplinair overleg, is gebaseerd op twee nationale studies en publicaties van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) in samenwerking met de SSBe en andere belangengroepen.

  • KCE report 287 As (2017)1
  • Good clinical practice: klinische richtlijn rond lage rugpijn en radiculaire pijn. (Fig. 1.)
  • KCE report 295 As (2017)2
  • Lage rugpijn en radiculaire pijn: kernelementen van een zorgpad.**

ALGORITME

Fig. 1. Schematische voorstelling van de klinische richtlijn rond lage rugpijn en radiculaire pijn.

Zowel bij de klinische richtlijnen als de zorgpaden rond lage rugpijn en radiculaire pijn wordt uitgegaan van een internationaal aanvaard diagnostisch triagesysteem bij wervelkolompathologie. Bij elk contact met een patiënt met wervelkolompathologie zouden de volgende drie stappen in dit triagesysteem moeten doorlopen worden:

  • Uitsluiten rode vlaggen (Fig. 2.)
  • Uitsluiten radiculaire pijn
  • Lage rugpijn restgroep

De gepubliceerde richtlijnen leggen ook de nadruk op het biopsychosociaal model dat dient gehanteerd te worden bij de behandeling van wervelkolompathologie (Fig. 3.). Dit in contrast met het puur biomechanisch model dat vroeger werd gehanteerd.

The Biopsychosocial Model of Health

Fig. 3. Schematische voorstelling biopsychosociaal model.

Er is voor de radiculaire pijn-groep en de lagerugpijn-groep telkens een apart en specifiek zorgpad voorzien. De meeste gevallen van lage rugpijn en radiculaire pijn evolueren spontaan gunstig. Bij een minderheid van de patiënten kunnen ze echter leiden tot een blijvend verlies in functionaliteit. De identificatie van ‘risico’-patiënten en hen een specifieke behandeling aanbieden, zodat hun pijn niet chronisch wordt, zou integraal deel moeten uitmaken van de aanpak van lage rugpijn. De fase van de evaluatie (of stratificatie) van het risico is dus van primordiaal belang. In die fase wordt er gezocht naar elementen die wijzen op een verhoogde kans op chronische en invaliderende pijn. Deze kunnen van psychologische, psychiatrische en contextuele aard of werkgerelateerd zijn. Ze worden gele, oranje, zwarte en blauwe vlaggen genoemd (Fig. 4.). Bij deze evaluatie van patiënten worden in het zorgpad enkele tools, zoals de Orebro- en ‘Star T Back’-vragenlijst aangeboden.

Fig.2. Rode vlaggen.

Fig. 4. Betekenis gele, zwarte, blauwe en oranje vlaggen.

REGISTRATIE RESULTATEN VAN DE BEHANDELINGEN

In een samenwerking tussen het RIZIV en de SSBe loopt momenteel een proefproject voor de registratie van de verschillende chirurgische en niet-chirurgische behandelingen met inbegrip van de PROMs en PREMs. Hiervoor wordt gebruikgemaakt van het ‘Spine Tango’ registratieplatform (Eurospine). De verschillende methodes van datacaptatie, patiëntenfollow-up en uiteindelijke dataverwerking worden in dit door het RIZIV gesubsidieerd pilootproject bestudeerd. Dit pilootproject zal normaliter zijn finaal beloop kennen in 2023. Het is de bedoeling van het multidisciplinair spine-centrum op campus Sint-Jan om hier op termijn actief in te kunnen participeren.

CONCLUSIE

De bovenstaande KCE-publicaties zijn niet alleen nuttig in de ontwikkeling van het spinaal handboek voor zorginstellingen, maar ook interessante literatuur (met zelfs een handige online tool) voor elke zorgverlener (medisch en paramedisch) die in contact komt met patiënten met wervelkolomgerelateerde problematiek. Het is de overtuiging van het multidisciplinair spine-team op campus Sint-Jan dat een dergelijke multidisciplinaire aanpak gebaseerd op internationale klinische richtlijnen en een nationaal zorgpad alleen maar kan leiden tot kwaliteitsvollere zorg voor de patiënt met wervelkolompathologie en een beter onderbouwde aanwending van middelen.

* Auteur dr. Davy Hoste is de huidige voorzittervan de SSBe
** http://lagerugpijn.kce.be

REFERENTIES

1 Van Wambeke P, Desomer A, Ailliet L, Berquin A, Demoulin C, Depreitere B, Dewachter J, Dolphens M, Forget P, Fraselle V, Hans G, Hoste D, Mahieu G, Michielsen J, Nielens H, Orban T, Parlevliet T, Simons E, Tobbackx Y, Van Schaeybroeck P, Van Zundert J, Vanderstraeten J, Vlaeyen J, Jonckheer Low back pain and radicular pain: assessment and management. Good Clinical Practice (GCP) Brussels: Belgian Health Care Knowledge Centre (KCE). 2017. KCE Reports 287. D/2017/10.273/36.
2 Jonckheer P, Desomer A, Depreitere B, Berquin A, Bruneau M, Christiaens W, Coeckelberghs E, Demoulin C, Pierre Duquenne (CHC Liège), Forget P, Fraselle V, Godderis L, Hans G, Hoste D, Kohn L, Mairiaux P, Munting E, Nielens H, Orban T, Parlevliet T, Pirotte B, Van Boxem K, Van Lerbeirghe J, Van Schaeybroeck P, Van Wambeke P, Van Zundert J, Vanderstraeten J, Vanhaecht K, Verhulst D. Lage rugpijn en radiculaire pijn: kernelementen van een zorgpad – Synthese. Health Services Research (HSR). Brussel: Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE). 2017. KCE Reports 295As. D/2017/10.273/84.

Back To Top