Patiënt 1

MM azlink 4

Een 85-jarige man heeft sinds 1 jaar een toenemende zwelling ter hoogte van de bovenlip rechts. Bij klinisch onderzoek zien we over de rechterhelft van de bovenlip een goed afgelijnd erytheem, dat zeer hard aanvoelt bij palpatie (foto 1). Er wordt een huidbiopt genomen om een maligniteit uit te sluiten. Het histologisch onderzoek toont een uitgesproken lymfocytair infiltraat van de dermis en de hypodermis. Aanvullende celtypering en cytologisch onderzoek kan geen monoclonaliteit van het infiltraat aantonen. Op grond van de kliniek en de histologie wordt de diagnose gesteld van pseudolymfoom. Pseudolymfoom ter hoogte van de huid is een benigne aandoening, en treedt meestal op na een insectenbeet. De behandeling bestaat uit lokale infiltratie met corticoïden of het aanbrengen van een krachtig corticoïdsteroïd onder occlusief verband. Spontane regressie is mogelijk.

Patiënt 2

Een 50-jarige vrouw wordt doorverwezen voor behandeling. Sinds enkele maanden heeft zij een progressief toenemende zwelling opgemerkt ter hoogte van de bovenlip. Er zijn geen andere klachten. Bij klinisch onderzoek zien we een diffuus opgezette bovenlip die pasteus aanvoelt (foto 2). Een huidbiopt verricht op MKA geeft een histologisch beeld van granulomateuze cheilitis. Verdere anamnese is blanco en nazicht op systeemaandoeningen valt volledig normaal uit. Gezien de forse opzetting wordt meteen geopteerd voor infiltratie van de lip met Kenacort A 10, in associatie met Elocom crème (zwak corticoïd) elke avond. Cheilitis granulomatosa is een granulomateuze aandoening die geïsoleerd kan voorkomen of in associatie met systeemlijden, sarcoïdose en ziekte van Crohn. De monosymptomatische vorm van cheilitis granulomatosa is ook gekend als ‘Miescher’s Cheilitis’. In geval van associatie van cheilitis granulomatosa met een scrotale tong en recidiverende facialis paralyse spreekt men van het ‘Syndroom van Melkerson Rosenthal’.

Behandelingstip

Beide patiënten kunnen in theorie behandeld worden met een sterke cortisonecrème onder occlusie. Er werd echter gekozen voor infiltratie met Kenacort en lokale applicatie van een zwak corticoïd-preparaat om volgende redenen:

  • Gezien de diepte van het infiltraat zou in beide gevallen een langdurige behandeling onder occlusie vereist zijn om voldoende effect te bekomen;
  • Krachtige topische steroïden onder occlusie veroorzaken belangrijke huidatrofie, vooral ter hoogte van het gelaat en de huidplooien;
  • Krachtige topische steroïden veroorzaken of verergeren acneïforme erupties zoals periorale dermatitis en rosacea in het gelaat.