De ambitie van de dienst Oogziekten op campus Sint-Jan is een zinvolle dienstverlening met een daadwerkelijke meerwaarde realiseren binnen een snel veranderend medisch landschap. De sleutel daartoe ziet de dienst in een doorgedreven subspecialisatie met een sterke ondersteuning vanuit het multidisciplinaire kader dat een groot ziekenhuis kan bieden.

Expertise accumuleren

Nu een hertekening van het ziekenhuislandschap zich aandient en steeds meer privépraktijken in een patiëntvriendelijke formule ambulante oogchirurgie aanbieden, zoekt de dienst Oogziekten op campus Sint-Jan zijn kracht in een toegankelijke, continue, hoogkwalitatieve subspecialistische zorg. Om toegevoegde waarde te kunnen aanbieden, legt elk van de zes voltijdse stafleden zich binnen de beheersing van de algemene oftalmologie toe op een deelgebied van de oogheelkunde. Via hechte samenwerking en vlotte onderlinge doorverwijzing accumuleren ze deze expertise. Patiënten weten dit te waarderen en het helpt om sneller meer diepgang te bereiken bij zeldzamere of complexere problematiek. Ook de goede contacten met de andere diensten binnen het ziekenhuis dragen hiertoe bij. In West-, Oost- en Zeeuws-Vlaanderen wist de dienst alvast een stevige reputatie op te bouwen. De artsen kennen weliswaar hun grenzen: dankzij de goede relaties met universiteiten en gespecialiseerde centra zullen ze niet aarzelen om zeldzame casussen verder door te verwijzen.

De technologie voor een oftalmologisch basisonderzoek, de biomicroscopie en de indirecteoftalmoscopie, is sinds de jaren 50 niet wezenlijk veranderd De technologie voor een oftalmologisch basisonderzoek, de biomicroscopie en de indirecteoftalmoscopie, is sinds de jaren 50 niet wezenlijk veranderd

Efficiënter en minder invasief

De algemene tendensen binnen de oftalmologie zijn stijgende efficiëntie en dalende invasiviteit. De technologie voor het basisonderzoek, de biomicroscopie en de indirecte oftalmoscopie, is sinds de jaren 50 niet wezenlijk veranderd. De optische coherentietomografie (OCT) en de fluoro-angiografie zijn wel belangrijke recentere evoluties, die nieuwe inzichten en verfijnde diagnostiek mogelijk maken. Wat de behandeling zelf betreft, is het motto steeds preciezer, fijner en gerichter werken. Steeds kleinere tunnelincisies voor cataractchirurgie en inmiddels 27 gauge trocars voor electieve vitreoretinale chirurgie zorgen voor incisies die zelfs geen hechting meer vereisen. Dit resulteert in een sneller herstel en betere resultaten. Veel patiënten kunnen de dag zelf al naar huis of ze verblijven hoogstens een nacht op de verpleegafdeling.

Voor courante operaties zoals ooglidchirurgie ligt de focus op een steeds patiëntvriendelijkere setting. Sinds 2017 beschikken de oftalmologen hiervoor over een gloednieuw I.K. op de polikliniek Voor courante operaties zoals ooglidchirurgie ligt de focus op een steeds patiëntvriendelijkere setting. Sinds 2017 beschikken de oftalmologen hiervoor over een gloednieuw I.K. op de polikliniek

Nieuwe technieken beheersen

Voor zowel courante operaties zoals cataract- en ooglidchirurgie als voor medische retinaprocedures ligt de focus op een steeds patiëntvriendelijkere setting. Hiertoe beschikken de artsen sinds 2017 deeltijds over een nieuwe O.K.-faciliteit op de in 2013 gerenoveerde polikliniek. Zo kunnen ze in het hoofd-O.K. plaats maken voor wat er thuishoort, met name de vitreoretinale en de glaucoomchirurgie, maar ook cornea- en orbitachirurgie. Om de laatste lamellaire corneatransplantatietechnieken te kunnen toepassen, is in nieuwe infrastructuur geïnvesteerd. Er blijft natuurlijk ook nood aan de mogelijkheid tot toediening van anesthesie voor complexe cataracten, al dan niet met vitreoretinale benadering in stand-by. Deze capaciteit geeft op zich al meerwaarde en vertaalt zich in een gestage toename van het aandeel moeilijkere cataracten.

De verhuis van reguliere facoemulisificatie-ingrepen naar de polikliniek creëerde extra capaciteit in het hoofd-O/K/, wat zich vertaalt in een gestage toename van het aandeel moeilijke cataracten De verhuis van reguliere facoemulisificatie-ingrepen naar de polikliniek creëerde extra capaciteit in het hoofd-O/K/, wat zich vertaalt in een gestage toename van het aandeel moeilijke cataracten

Lamellaire transplantatie

Met de aanwerving van dr. Sophie De Craene werpt campus Sint-Jan zich op als pionier in West-Vlaanderen voor de toepassing van de nieuwste transplantatietechnieken. De uitbouw van deze activiteit geniet actueel prioritaire aandacht. Aan het Hôpital Quinze-Vingts in Parijs bij prof. Vincent Borderie, zelf gespecialiseerd in infectieuze pathologie, specialiseerde dr. De Craene zich in voorsegmentpathologie en in het bijzonder in de cornea. Voor cornea-ulcussen, een minder frequente pathologie, kan zij in samenwerking met het laboratorium en de ziekenhuisapotheek een optimale behandeling voorzien. Treedt er littekenvorming op na zo’n infectieuze pathologie of na trauma of wordt bij een patiënt dystrofie vastgesteld, dan neemt zij de corneatransplantatie voor haar rekening. Daarin volgt zij de nieuwste technieken op de voet: de penetrerende keratoplastie ruimde recent plaats voor overwegend lamellaire transplantaties. Naast snellere recuperatie en genezing verlaagt dit het risico op afstoting van de endotheellaag zelfs van 8-20% naar 1-3%. Verder behandelt dr. De Craene in samenwerking met de dienst Hematologie graft-versus-host disease. Bij patiënten die een ernstige droge ogenpathologie ontwikkelen, superviseert zij de lokale behandeling met ciclosporinedruppels. Is er sprake van verdunningen, zwakke zones of slecht genezende wondjes, dan gaat ze over tot een transplantatie van amnionmembraan en laat ze autoloog serumoogdruppels bereiden.

Glaucoom beteugelen

De glaucoomkliniek ligt in handen van dr. Sara Van de Veire, die hiervoor opleiding volgde aan de Universteitskliniek voor Oogheelkunde in Maastricht. Zo’n 90% van haar patiënten kampt met deze problematiek. Zij begeleidt het volledige parcours, van de basisbehandeling met diverse oogdruppeltjes over laserbehandeling tot chirurgische ingrepen, en voorziet een vier- tot zesmaandelijkse opvolging bij chronische patiënten. Wekelijks voert
dr. Van de Veire een drietal trabeculectomieën uit, de standaard glaucoomingreep sinds de jaren 80. Ze verdiept zich ook steeds meer in vergevorderde glaucoomcasussen. Zo behoort zij tot het vijftiental specialisten in Vlaanderen die Baerveldt-tubes plaatsen en verkent zij sinds een vijftal jaar de voordelen van de plaatsing van stents. Deze veelbelovende techniek is minder invasief, kan onder lokale verdoving en vraagt ten opzichte van trabeculectomie minder postoperatieve controles. Toch ligt het aantal nacorrecties ligt nog vrij hoog. Bovenal pleit dr. Van de Veire voor bewustmaking van patiënten en screening vanaf veertigjarige leeftijd om deze sluipende ouderdomsziekte tijdig te beteugelen of zelfs te voorkomen.

Trabulectomie is sinds de jaren 80 de standaard ingreep voor glaucoom dat onvoldoende reageert op de basisbehandeling met oogdruppels of laser. Trabulectomie is sinds de jaren 80 de standaard ingreep voor glaucoom dat onvoldoende reageert op de basisbehandeling met oogdruppels of laser.

Traanwegstenosering endoscopisch opgelost

Dr. Sylvie Vandelanotte ontfermt zich over de ziekten van de oogleden, de orbita en de traanwegen. Zij leerde de kneepjes van het vak in het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam en onderscheidt zich bij uitstek in de toepassing van endonasale dacryocystorhinostomie, een endoscopisch alternatief voor de klassieke dacryocystorhinostomie via een incisie in de neus. Ze voert deze techniek uit in een samenwerking met de dienst Neus-, Keel- en Oorziekten en krijgt hiervoor verwijzingen vanuit heel Vlaanderen. De techniek verkort zowel de operatie- als de recuperatietijd en gaat met minder oedeem gepaard. In een formele samenwerking met de dienst Endocrinologie beheert dr. Vandelanotte bovendien het oftalmologische luik van de Graves-kliniek. Deze auto-immuunziekte vraagt een accurate diagnosestelling, intensieve medicinale behandeling en randbegeleiding. Functionele ooglidcorrecties, inclusief botoxbehandeling voor oogspierspasmen, neemt zij ook op zich.

24/7 opvang vitreoretinale urgenties

Als voortrekker in de vitreoretinale heelkunde, groeide de dienst Oogziekten sinds 2004 uit tot een referentiecentrum voor ruim West-Vlaanderen. Sinds 2012 verzekert een permanentieregeling de opvang van urgenties zoals netvliesloslating, endoftalmitis of oogtrauma. Deze dienstverlening, opgestart door dr. Bart Lafaut, nam
dr. Rudolf Reyniers grotendeels over. Zijn ervaring als microchirurg deed hij op in het Oogziekenhuis Rotterdam en tijdens een fellowship vitreoretinale heelkunde. Ook electieve heelkunde, voornamelijk maculapuckers, maculagaatjes en glasvochtbloedingen, behoort tot zijn domein, net als de laserbehandeling van neonaten waarbij retinopathie wordt vastgesteld. Dit gebeurt op indicatie van dr. Patricia Delbeke. Tot de gecorrigeerde leeftijd van 40 weken zorgt deze consulente vanuit het UZ Gent voor de tweewekelijkse screening van premature baby’s op de gereputeerde neonatale intensieve zorgeneenheid van campus Sint-Jan. Ten gevolge van de extra zuurstoftoevoer bij vroeggeboorte lopen neonaten namelijk een verhoogd risico op neovascularisatie en bijgevolg netvliesloslating. Recente medewerking aan de multicenter fase III RAINBOW-studie wees uit dat anti-VEGF (Vasculaire Endotiheliale Groeifactor) voor de juiste indicaties een goed of beter behandelingsalternatief kan bieden. In afwachting van het moment waarop dit effectief ter beschikking komt, is er een ‘compassionate use’-programma onderhandeld ten behoeve van de neonatale kliniek.

Als voortrekker en referentiecentrum in de vitreoretinale heelkunde zoals maculapuckers, maculagaatjes en glasvochtbloedingen, in een permanentieregeling die de opvang van urgenties verzekert. Als voortrekker en referentiecentrum in de vitreoretinale heelkunde zoals maculapuckers, maculagaatjes en glasvochtbloedingen, in een permanentieregeling die de opvang van urgenties verzekert.

Efficiënte flow medische retinakliniek

Binnen de medische retinakliniek behandelen dr. Anne Dewachter en dr. Bart Lafaut hoofdzakelijk leeftijdsgebonden maculadegeneratie, retinaal vasculair lijden en diabetisch maculair oedeem. Sinds een tiental jaar is in veel gevallen een effectieve afremmende behandeling met aseptisch en frequent toegediende intravitreale anti-VEGF-injecties mogelijk. Campus Sint-Jan trad hierin op als wegbereider. Inmiddels bieden vele centra deze behandeling aan maar niettemin neemt het aandeel van deze chronische problematiek toe met de veroudering van de bevolking. Management van het patiëntenvolume en een efficiënte flow doorheen de poliklinische activiteit is hierbij de voornaamste uitdaging. Daarnaast maken de medische retinaspecialisten ook de nodige tijd vrij voor nieuwe, soms complexere of zeldzamere netvliesproblemen die een diepgaand, vaak spoedeisend onderzoek vragen. De retinale laserfotocoagulatie, inmiddels toegepast met een diode-laser, behoudt zijn plek, onder andere voor de behandeling van diabetische retinopathie en netvliesscheurtjes. De fotodynamische therapie met verteporfine blijft in selecte maculopathiegevallen een belangrijk therapeutisch hulpmiddel.

Professionele omkadering

Nog twee andere consulenten versterken het artsenteam: dr. Claire Miroir legt zich toe op strabisme en dr. Anne Kempeneers draagt bij tot de continuïteit van de polikliniek.

Een onontbeerlijke steunpilaar is het vakkundige verpleegkundigenteam. In het O.K. zijn deze speciaal opgeleid in de oftalmologie en de neurochirurgie, in de polikliniek beschikken ze over de nodige kennis om onderzoeken voor te bereiden of uit te voeren, toestellen te bedienen en mee te werken in de ambulante O.K.-setting. Verder heeft de strabologiekliniek een orthoptist in dienst en zo’n zesmaal per jaar komt een ocularist langs om patiënten die een oog verloren te begeleiden in de aanpassing van een prothese. Er zijn continu twee geneesheer-specialisten in opleiding, telkens gedurende zes maanden. Met hen organiseert het team zeswekelijks een opleidingsmoment om bijzondere casussen te bespreken en de algemene kennis op te frissen. Regionale bijscholingsinitiatieven gericht naar huisartsen of collega-oogartsen of een sprekersrol vervullen op een gerenommeerd congres staan ook regelmatig op het programma.

Wat brengt de toekomst? Het is mogelijk om de keuze voor de uitbouw van toegankelijke en continu beschikbare subspecialistische oogheelkundige zorg nog een heel eind verder door te trekken. De realisatie van een oftalmopediatriekliniek is alvast de volgende aspiratie die binnen bereik lijkt te liggen.

U kan hier het volledige artikel als pdf lezen.

Ook nog in Artikels