Er beweegt veel op de dienst Kindergeneeskunde: van een steeds sterker toenemende focus op subspecialisatie tot een gloednieuwe infrastructuur die aansluit bij deze evolutie en zelfs mogelijkheden biedt tot geïntegreerde zorgverlening. De dienst Kindergeneeskunde brengt zorg op hoog niveau dichterbij.

 

TOESPITSING OP SUBSPECIALISATIE KINDERGENEESKUNDE

Supraregionaal referentiecentrum

De dienst Kindergeneeskunde stelde zich altijd al heel vooruitstrevend op. Zo startte deze als niet-universitair ziekenhuis reeds in de jaren 70 een afdeling neonatologie op en trad ook van bij aanvang van de wiegendoodconventie naar voor als referentiecentrum voor West-Vlaanderen. Tot het jaar 2000 lag het accent op algemene pediatrie. De opvang en behandeling van algemeen pediatrische problemen blijft een primaire taak van de kinderartsen, maar daarnaast is er sindsdien een steeds sterkere toespitsing op subspecialisaties. Met een aanbod dat intussen kindercardiologie, kinderpneumologie, kinderendocrinologie, kindergastroenterologie, kindernefrologie en kinderneurologie omvat, profileert de dienst zich als supraregionaal referentiecentrum voor complexe pathologie. Sinds 2012 vormen de kinderartsen van de campussen Sint-Jan en Henri Serruys trouwens één groep, met een intussen volledig gestroomlijnde werkingswijze. Op campus Henri Serruys ligt de nadruk voornamelijk op de algemene pediatrie. De stafleden van campus Sint-Jan bieden er subspecialistische consultaties aan. Voor meer gespecialiseerde zorg krijgen gehospitaliseerde kinderen een doorverwijzing naar campus Sint-Jan.

 

Stafuitbreiding

Om de subspecialisaties op niveau te houden, blijft elk staflid als consulent verbonden aan een universitair ziekenhuis, wat in sterke samenwerkingen resulteert. Zo genieten meer patiënten met subspecialistische of chronische aandoeningen ook dicht bij huis zorg op hoog niveau. Zeker omdat de subspecialisaties een intense samenwerking mogelijk maken met de ganse regio voor ambulante consulten, gespecialiseerde technieken of therapie, en dringende medische interventies. Op vier jaar tijd breidde de staf uit van vier naar acht kinderartsen. Dat resulteerde in 2017 onder meer in de erkenning tot referentiecentrum voor diabetes bij kinderen en adolescenten, als tweede ziekenhuis in West-Vlaanderen. Met een apart team met eigen secretariaatsmedewerkers en twee diabeteseducatoren neemt de kinderdiabetoloog en -endocrinoloog deze taken waar. De aanwerving van een kindernefroloog leidde begin 2018 tot de oprichting van de plaskliniek. Een jaar later vervoegde een nieuwe kinderneuroloog het team, die samen met het UZ Gent deel uitmaakt van zowel het cerebral palsy (CP)-als het neuromusculair referentiecentrum (NMRC). In het NMRC gebeurt de opvolging in heel nauwe samenwerking met de kinderorthopedist en de dienst Fysische geneeskunde. Eind 2018 startte een tweede kinderpneumoloog, die voornamelijk op campus Henri Serruys werkzaam is.

MULTIDISCIPLINAIRE AANPAK

Gespecialiseerde paramedici

Vanuit de overtuiging dat dit het niveau van de zorg sterk verhoogt, hanteert de dienst Kindergeneeskunde een zeer multidisciplinaire aanpak. Zo werden onder meer de kinderanesthesisten sterk betrokken bij de uitrol van het pijn- en sedatiebeleid voor pediatrische patiënten. Zij garanderen bovendien een veilige narcose bij complexe pathologie en spelen een belangrijke rol in de opvang en het transport van acuut zieke kinderen. Gespecialiseerde paramedici staan ter beschikking om de verdere zorg van chronisch zieke kinderen te optimaliseren. Er zijn pediatrische diëtisten, gespecialiseerde kinesisten en steeds vaker worden de logopedisten in consult gevraagd voor ernstige voedings- of taalproblemen. De kinderpsychologen, die zich elk op een andere leeftijdsgroep richten, zijn ook nauw betrokken bij de werking, net als de sociale dienst, die instaat voor thuisonderwijs, zorgondersteuning en administratieve bijstand. Op de diensten Spoedopname en Intensieve zorgen is een team van pediatrisch verpleegkundigen samengesteld om er de zorg voor kinderen te optimaliseren.

 

Zorgprogramma’s

Er lopen verschillende zorgprogramma’s voor kinderen met congenitale of aangeboren afwijkingen, zoals schisis, congenitale darmafwijkingen en mucoviscidose. De uitbouw van revalidatieprogramma’s gebeurt samen met de dienst Fysische geneeskunde en krijgt in 2019 verdere uitbreiding met de komst van een revalidatiearts met ervaring in de kinderrevalidatie. De uitrol van multidisciplinaire raadplegingen voor chronische patiënten, kinderen met neurologische problemen, obesitas, plasproblemen, het downsyndroom en nog andere pathologieën die hier baat bij kunnen hebben, staat op het programma. Gezien de toename van ernstige psychiatrische en psychosomatische problematiek onder tieners en adolescenten worden de banden met de KAS (Kinder- en Jeugdpsychiatrie Afdelingen Samen, regio Brugge), op zich al een associatie tussen het AZ Sint- Lucas Brugge en campus Sint-Jan, nauwer aangehaald. Met zowel het UZ Gent als het UZ Leuven en het Zeepreventorium zijn er samenwerkingsakkoorden rond onder meer de zorg voor acuut zieke kinderen, mucoviscidosepatiënten en de pijnconventie.

 

Teamwerk en interactie

Verschillende kinderartsen spelen een belangrijke rol binnen het allergieteam, opgericht in 2015. Deze multidisciplinaire samenwerking, inclusief gespecialiseerde verpleegkundige, vormt binnen België een uniek gegeven voor een niet-academisch ziekenhuis. Ze maakt het onder meer mogelijk om provocatietesten in het kader van voedingsallergie binnen de pediatrie op een veilige manier uit te voeren en resulteerde ook in een gemeenschappelijke pediatrie/dermatologie-consultatie. Het team deelde reeds best practices met andere ziekenhuizen en stroomlijnde diverse protocols. In 2018 sloot campus Sint-Jan zich bij campus Henri Serruys aan door het ‘Baby- en moedervriendelijk ziekenhuis’ (BHFI)-label te behalen en in 2016 werd ook het project ‘Moederzorg’ uitgerold, een samenwerking tussen diverse ziekenhuizen in de regio. In het kader van de verkorte verblijfsduur bevordert dit een intensieve interactie tussen gynaecologen, pediaters, vroedvrouwen en huisartsen tijdens de zwangerschap en na de geboorte. Driemaandelijks overleg zorgt voor de nodige informatie-uitwisseling en op termijn komt er een elektronisch platform. De ‘Negen maanden rond’-informatieavonden, waarvan de kinderarts er één invult, passen in het plaatje.

 

KENNIS DELEN

Opleiden en bijleren

Als opleidingsplaats is deze dienst behoorlijk gegeerd. Op campus Henri Serruys werken twee assistenten in opleiding, campus Sint-Jan heeft zes assistenten in dienst die er ook voor de dienst Neonatologie instaan. Ze zijn afkomstig van verschillende universiteiten. Elk van hen dient een protocol uit te werken en ze worden gestimuleerd om abstracts te schrijven en posterpresentaties te geven op congressen. Bij stagiairs is de dienst eveneens populair omdat ze actief mogen participeren in de zorg. Naast de continue leermomenten in de praktijk zijn er wekelijkse lessen en journal clubs voorzien voor assistenten en stagiairs. Studenten dieetleer of verpleegkunde vinden er net zo goed begeleiding voor hun bachelorproef. Zelf neemt de dienst Kindergeneeskunde trouwens ook deel aan klinische en epidemiologische studies, meestal in samenwerking met een universiteit of de farmaceutische industrie. Onder meer op basis hiervan participeren de stafleden actief op Belgische en Europese congressen. Met de komst van het clinical trial netwerk, dat ziekenhuisbreed studies coördineert, zal de mogelijkheid tot deelname aan studies toenemen.

 

Vormingsinitiatieven

Nog een uniek gegeven is de in-house Immediate Pediatric Life Support (IPLS)- cursus, die verpleegkundigen van Pediatrie, Intensieve zorgen, Spoedopname en het Operatiekwartier vertrouwd maakt met het acuut zieke kind. Ze leren een acuut ziek kind herkennen en binnen de eerste tien minuten correct reageren. Daarnaast richt campus Sint-Jan eenmaal per jaar de European Pediatric Advanced Life Support (EPALS)-cursus in. Deze richt zich op correcte zorgtoediening binnen het uur aan een kritiek ziek kind en staat open voor een breder, ook extern publiek. Op de maandelijks wetenschappelijke stafvergaderingen worden ook de regionale kinderartsen uitgenodigd. Daarnaast geven de kinderartsen regelmatig presentaties op vormingsavonden van LOKgroepen, huisartsenverenigingen en verpleegkundige vormingsinitiatieven. Jaarlijks organiseert de dienst een diabetesseminarie voor verpleegkundigen en paramedici en ‘Diabetes@school’ informatiesessies om leerkrachten en zorgverstrekkers op school in te lichten hoe ze moeten omgaan met kinderen met diabetes. In samenwerking met het Belgisch diabetesregister richt deze jaarlijks ook nog een screeningsdag voor aanverwanten van diabetespatiënten in.

 

NIEUWE INFRASTRUCTUUR

Kindvriendelijk

In Oostende nam de dienst eind 2017 al een vernieuwde infrastructuur in gebruik, in Brugge vindt de verhuis naar een gloednieuw gebouw in 2019 plaats. De extra ruimte brengt rust bij zowel de patiënten als het personeel en biedt plaats aan recentste voorzieningen. Zo beschikt de plaskliniek op de polikliniek nu over een aangepast toestel voor uroflowmetingen. In de vergaderlokalen maken Skypemogelijkheden het gemakkelijk om overleg te plegen met campus Henri Serruys of vergaderingen vanop afstand te volgen. Om de ambitie als kindvriendelijk, pijn- en angstarm ziekenhuis waar te maken, zijn de nieuwste technieken rond sedatie en pijnstilling voorhanden. Kalinox-toediening, virtual reality, hypnosecommunicatietechnieken, onderzoekslokalen met per leeftijd aangepaste plafondanimatie: allemaal gericht op verhoging van het comfort, zeker tijdens pijnlijke of onaangename procedures. Centrale aanlevering uit de muur, met ingebouwd afzuigsysteem, vervangt het voorheen mobiele Kalinox-systeem: een primeur voor België! Voor broncho- en gastroscopieën, vroeger uitgevoerd onder sedatie, kregen de kinderartsen een plaats binnen het gloednieuwe endoscopieplatform op de dienst Maag-, darm- en leverziekten. Op donderdagvoormiddag staan daar een op kindermaat aanpasbaar lokaal ter beschikking en een kinderanesthesist paraat. Zo kan de procedure onder narcose gebeuren, wat veel aangenamer is voor kinderen.

 

Individuele benadering

De verpleegafdeling voorziet nu in moderne ouder-kindkamers, aangepast aan verschillende leeftijden en zorgbehoeften. De wachtpost bevindt zich tussen de verpleegafdeling en het daghospitaal. Centraal op de afdeling vinden gehospitaliseerde kinderen een ontspanningsruimte, met aansluitend een klaslokaal dat de mogelijkheid biedt om les te volgen in de thuisklas via bednet. Een leerkracht lager onderwijs en een pedagoog staan er in voor de begeleiding. Zij hanteren een individuele benadering om, in overleg met de thuisschool, leerachterstand te vermijden bij niet te acuut zieke, gehospitaliseerde patiënten. Ouders en kind vergezellen tot in het operatiekwartier en hen bij het ontwaken bijstaan, behoort eveneens tot hun takenpakket. De snoezelruimte maakt de nieuwe verpleegafdeling af. Kinderen kunnen er tot rust komen, weg van de drukte en de stress van het ziekenhuis.

 

 

Voor alle leeftijden

Officieel loopt pediatrische zorg tot de dag voor de vijftiende verjaardag, maar voor chronisch zieke kinderen trekt campus Sint-Jan deze door tot 18-jarige leeftijd. De afdeling is dan ook zo ontworpen dat elke patiënt tussen 0 en 18 jaar er de eigen leefwereld kan herkennen. Het transitieproject past in die voortgezette zorgverlening. Omdat de overgang naar de volwassen zorg voor chronisch zieke patiënten niet altijd evident is, gebeurt de overdracht aan artsen uit de volwassengeneeskunde niet van dag op dag. Zij en hun ouders worden hier vanaf 15 à 16 jaar op voorbereid zodat dit geleidelijk kan verlopen. De nieuwbouw leent zich trouwens ook tot een intergenerationeel geïntegreerd zorgproject. Op de patio kunnen geriatrische en pediatrische patiënten en hun familie elkaar ontmoeten in de buitenlucht. Er zijn zowel rust- als spel- en revalidatievoorzieningen voor jong en oud. Voor gehospitaliseerde patiënten werken de ergotherapeuten van de dienst Geriatrie en de pediatrische klasverantwoordelijke viermaal per jaar gezamenlijke activiteiten uit. Studies wijzen uit dat dit zorgprincipe zowel op kinderen als ouderen een positief effect heeft.

 

Informatie verstrekken

Patiënten correct informeren blijft een belangrijke taak van de kinderarts. Pamfletten en folders over specifieke onderwerpen zijn beschikbaar op de consultatie, maar een ideaal moment om de ouders te informeren is tijdens het wachten in de wachtzaal. Digitale schermen geven er informatie over voeding, schermtijd, koorts en pijnbestrijding, vaccinatie … Tot slot houdt de dienst Kindergeneeskunde sinds kort ontmoetingsnamiddagen voor patiënten, ouders, artsen, verpleegkundigen en psychologen rond een bepaalde pathologie. Voor coeliakie bleek dit initiatief alvast een groot succes. Van zodra de nieuwe infrastructuur volledig in gebruik genomen is, kunnen verschillende chronische pathologieën zich tot dergelijke initiatieven lenen.

 

 

U kan hier het volledige artikel als pdf lezen.

Ook nog in Artikels