Sinds 1 september 2014 is de afdeling Endocrinologie-Diabetologie van het AZ Sint-Jan Brugge-Oostende AV door het RIZIV erkend voor de nieuwste techniek voor opvolging van diabetes: Continue Glucosemonitoring (CGM). Patiënten binnen de diabetesconventie kunnen hierdoor gebruikmaken van deze technologische innovatie, die voorlopig voorbehouden blijft aan een beperkt aantal patiënten, maar zeer mooie perspectieven biedt.

Continue Glucosemonitoring

Continue Glucosemonitoring is een techniek waarbij onderhuids een sensor geplaatst wordt in de buik of de bovenarm. Deze meet continu de glucoseconcentratie in het subcutane interstitiële vocht, in tegenstelling tot de klassieke vingerprik, die de capillaire glycemie meet en daarvan slechts een momentopname geeft. De patiënt hoeft dankzij deze technologie dus niet langer 4 tot 7 keer per dag een vingerprik te ondergaan. Een zender die verbonden is met de sensor verstuurt de continu gemeten glycemiewaarden draadloos naar de insulinepomp of een aparte ontvanger (real-time CGM). Daarbij kan bovendien trendanalyse verricht worden.

Bij hoge of lage glycemiewaarden en een snelle stijging of daling kan een alarm ingesteld worden dat de patiënt waarschuwt zodra de glycemie een vooraf ingestelde waarde overschrijdt, om zo de diabetesbehandeling te optimaliseren.

Striktere glycemieregeling

CGM geeft zowel een globale als een “minuut tot minuut” weergave van de glucoseregulatie over een periode van 24 uur, wat zeer veel extra informatie oplevert. Op basis van deze onmiddellijk beschikbare gegevens kan het diabetesbeleid strikter opgevolgd worden: men kan hyperglycemieën sneller corrigeren en ook hypoglycemieën voorkomen of beperken. Glucoseschommelingen worden afgevlakt met een globaal gunstig effect op het HbA1c.

Uit diverse studies blijkt dat een duidelijk voordeel op het HbA1c voornamelijk vastgesteld kan worden wanneer de sensor gedurende minimum 6 maanden meer dan 70% van de tijd gedragen wordt, wat neerkomt op een dagelijks gebruik van de CGM.

Praktische aspecten

De glucosesensor dient elke 5 tot 7 dagen herplaatst te worden, afhankelijk van het gebruikte systeem. In België zijn 3 systemen beschikbaar (zie tabel). Ze vereisen kalibratie aan de hand van capillaire bloedglucosemetingen en hiervoor blijven gemiddeld 2 capillaire bepalingen per etmaal nodig. Kalibraties dienen bij voorkeur te gebeuren op stabiele momenten en zijn een absolute noodzaak voor de accuraatheid van het systeem.

Douchen en zwemmen zijn mogelijk met de sensor; de zender is waterdicht indien correct verbonden met de sensor. De insulinepomp is niet waterdicht en moet dus wel afgekoppeld worden.

Beschikbare CGM-systemen

Medtronic Enlite sensor: Dexcom G4 Platinum sensor: Abbott Freestyle Navigator II sensor:
in combinatie met Paradigm Veo insulinepomp in combinatie met aparte ontvanger in combinatie met aparte ontvanger die eveneens als glucosemeter fungeert
werkzaam gedurende 6 dagen werkzaam gedurende 7 dagen werkzaam gedurende 5 dagen
levensduur zender: 1 jaar levensduur zender: 6 maanden NVT
kalibratie: 2 x per dag kalibratie: 2 x per dag kalibratie: na 1, 2, 10, 24 en 72 uur

Beperkingen

CGM bepaalt de glucoseconcentraties, maar stuurt de insulinepomp niet aan. Er is nog steeds een actie van de patiënt zelf noodzakelijk. Alle systemen voorzien een alarm bij lage glucosewaarden, opdat de behandeling kan bijgestuurd worden, maar enkel de sensor in combinatie met de Medtronic Paradigm Veo pomp zal zichzelf uitschakelen bij een dergelijk alarm.

CGM meet de glucoseconcentraties in het interstitiële vocht en niet in de bloedbaan. Bij een stabiele glycemie zal deze waarde vergelijkbaar zijn, maar bij een stijgende of dalende glycemie zal de interstitiële glucoseconcentratie, zoals gemeten door de CGM, een 10-tal minuten vertragingstijd vertonen.

Het systeem vereist een sterke interesse en blijvende motivatie van zowel de patiënt als de zorgverlener. CGM brengt immers extra belasting voor de patiënten met zich mee. Naast het pompsysteem moet ook de sensor geplaatst en gekalibreerd worden. Sommige patiënten kunnen het moeilijk hebben met de constante confrontatie met hun glucosewaarden en er kan alarmmoeheid optreden. Bovendien genereert het systeem heel veel gegevens en is het niet eenvoudig deze data te interpreteren en de behandeling aan te passen. Een strikte opvolging is aangewezen en verplicht binnen de huidige terugbetalingscriteria.

Continue glucosemonitoring meet de glucoseconcentratie van minuut tot minuut en levert veel meer data op in vergelijking met de capillaire vingerprikmetingen. Op basis van deze gegevens is een strikte diabetesregeling mogelijk.

Terugbetaling in België

Sinds 1 september 2014 is CGM terugbetaald in grotere diabetesconventiecentra. Het diabetescentrum van het AZ Sint-Jan Brugge- Oostende AV biedt deze nieuwe behandeling aan mits voldaan wordt aan de strikte voorwaarden zoals bepaald in deze conventie.

De specifieke criteria voor terugbetaling van het opstarten van CGM bij patiënten (kinderen en volwassenen) die reeds behandeld worden met een subcutane insulinepomp zijn: ernstige hypoglycemieaanvallen, zwangerschap, onvoldoende diabetescontrole ondanks maximale inspanning en bijzondere sociale omstandigheden.

De sensor moet gedurende meer dan 70% van de tijd gebruikt worden en elke patiënt moet bereid zijn op zeer regelmatige basis glucosegegevens via elektronische weg door te geven en frequente consultatieafspraken na te komen. Intensieve begeleiding is verplicht en vormt een uitdagende en tijdsintensieve taak voor het diabetesteam.

Hoewel de kostprijs voor de aankoop van ontvanger en sensoren hoog is, kiezen ook bepaalde patiënten die niet aan de criteria voldoen voor deze technologie. Deze patiënten kunnen eveneens in het diabetescentrum van het AZ Sint-Jan Brugge- Oostende AV terecht.

Met deze innovatie komt de behandeling van type 1 diabetes een stapje dichter bij het uiteindelijke doel: de artificiële pancreas. Het is nu uitkijken naar de ontwikkeling en testfases van algoritmes die de gegevens van CGM integreren en omzetten naar een precieze en veilige aansturing van de insulinepomp.

Intensieve diabetesopvolging vereist de inzet van een volledig team van diabeteseducatoren en diëtistes, die de praktische aspecten van de sensoren en het pompgebruik mee opvolgen.

Download het artikel als PDF-bestand.

Copyright © 2015 AZ Sint-Jan Brugge-Oostende AV. Alle rechten voorbehouden. De inhoud (zowel teksten als afbeeldingen) van dit magazine is auteursrechtelijk beschermd. Niets uit deze uitgave mag vermenigvuldigd of doorgegeven worden aan derden zonder schriftelijke toelating van de uitgever.

Ook nog in Artikels