Twintig jaar geleden ging het Centrum voor Reproductieve Geneeskunde (CRG) in AZ Sint­Jan AV Brugge van start met IVF­behandelingen. Vandaag is het een van de 18 erkende Belgische B-centra(centrum met laboratorium en medisch begeleide voortplanting) en het enige B­centrum in West­Vlaanderen.


Momenteel werken verschillende West-Vlaamse centra samen om de krachten en middelen te bundelen, met name AZ Sint-Jan AV en AZ Sint-Lucas (Brugge), dat deel uitmaakt van het B-centrum BIRTH, en het A-centrum van AZ Groeninge (Kortrijk). In een A-centrum gebeurt uitsluitend pick-up van de eicellen maar voert men geen embryoculturen uit. De labofases en transfers van embryo’s in de baarmoeder vinden plaats in het CRG van AZ Sint-Jan AV, waar momenteel 3 gynaecologen werkzaam zijn (dr. Frank Vandekerckhove, dr. Ludo Voorhoof, dr. Isabel De Smet) onder leiding van dr. Sylvie Roggeman. Daarnaast werken er 3 embryologen, een aantal laboranten, 6 verpleegkundigen en 2 secretaresses.

Als een koppel niet zwanger kan worden op natuurlijke wijze, komt men in het CRG terecht voor een eerste raadpleging. Er wordt een dossier aangemaakt en tijdens de stafvergadering wordt besproken of een behandeling nodig is en met welke technieken. In het CRG vindt ook de fertiliteitbehandeling plaats; wanneer men zwanger is, wordt men opnieuw naar de behandelende gynaecoloog verwezen.

In het CRG worden eenvoudigeingrepen uitgevoerd, zoals donorinseminatie, maar ook complexere behandelingen, zoals IVF (In Vitro Fertilisatie), ICSI (Intracytoplasmatische Sperma Injectie) en pre-implantatiediagnostiek. Hoewel de meeste koppels onmiddellijk van start willen gaan met een IVF-behandeling, zijn er vaste inclusiecriteria. Zo zijn er koppels die eerst drie of zes maand IUI (Intra-Uteriene Inseminatie met gecapaciteerd sperma) ondergaan vooraleer men tot IVF en ICSI overgaat.

x

Enkele jaren geleden was ook in ons centrum de Pre-implantatie Genetische Screening (PGS) van embryo’s een trend, waarbij embryo’s op de derde dag gebiopseerd worden. Eén cel wordt genetisch onderzocht op aneuploïdie (een bepaald chromosoom komt te veel of te weinig voor) en enkel embryo’s met een normaal aantal chromosomen in de baarmoeder worden teruggeplaatst in het blastocystestadium. Dit gebeurt vooral bij bepaalde doelgroepen, zoals oudere vrouwen of vrouwen bij wie IVF-behandelingen na herhaalde embryotransfers geen vruchten afwerpen.

De meeste centra hebben echter ontdekt dat deze behandeling geen grotere garantie op succes biedt. Het koppel moet immers zware inspanningen ondergaan en het aantal evoluerende zwangerschappen ligt uiteindelijk niet hoger. Daarom hebben we in ons centrum besloten deze behandeling af te bouwen. De PGD-behandeling (Preimplantatie Genetische Diagnose) daarentegen, passen we vaak toe. Op die manier kunnen we bij koppels met een gekende genetische afwijking selectief de embryo’s terugplaatsen die de afwijking niet vertonen.

Ook de langetermijncultuur van embryo’s is succesvol in ons centrum. In plaats van het embryo maar 2 à 3 dagen te kweken, laten we het tot 5 dagen kweken. Hoe langer gekweekt, hoe beter immers de overlevingskans van het embryo. Hierdoor zijn de implantatiekansen per embryo gestegen van 25% naar 40%.

De laatste trend die zich in ons centrum doorgezet heeft, is het invriezen van eierstokken (cryopreservatie van ovarieel weefsel), vooral bij kankerpatiënten. Wanneer een patiënt zware chemotherapie krijgt, vernietigt dit meestal de werking van de eierstokken (bv. follikelrijping). Nu kan de patiënt ervoor kiezen preventief een van de eierstokken via laparascopie te laten wegnemen en invriezen, zodat ze na de behandeling nog zwanger kan worden. Er zijn twee mogelijkheden. De eicellen uit het ingevroren ovarieel weefsel kunnen later in vitro gematureerd worden en gebruikt voor IVF-behandeling. Deze methode is echter niet zo succesvol. Daarnaast kan men de eierstok herimplanteren zodat er een spontane zwangerschap kan optreden. De slaagkansenvan deze techniek werden al bewezen (Belgische primeur) door Prof. Donnez.1
We verwachten weinig veranderingen in de toekomst. De grote doorbraak was de ICSI-techniek in de jaren ’80; de andere behandelingen vloeien eruit voort. Met het mannelijk sperma gaat het niet langer slecht. Integendeel, de meest recente rapporten tonen aan dat de kwaliteit zelfs lichtjes stijgt, waarschijnlijk dankzij de bewustwording van de mensen over hun levenswijze en het milieubeleid van de overheden.

Ook nog in Artikels