De incidentie van schildkliercarcinoom neemt toe. Er is een significante stijging van kleinere tumoren, gedreven door een ontwikkeling van de beeldvorming en de steeds hogere precisie daarvan. In een hechte samenwerking met externe artsen wil het multidisciplinair schildklierkankerzorgteam aangepaste expertise en richtlijngestuurde zorg bieden.screen-shot-2016-10-10-at-12-30-56

Stijgende incidentie

Wereldwijd stijgt de incidentie van schildklierkanker. Hoewel de ramp in Tsjernobyl vrij agressieve schildklierkankers bij jongeren in blootgestelde gebieden heeft uitgelokt, is de oorzaak van de universele stijging van schildkliercarcinoom elders te zoeken. Het stijgende gebruik en de alsmaar grotere precisie van beeldvormingstechnieken brengt endocriene tumoren aan het licht die vroeger langer latent bleven.[1] Vooral de detectie van kleine papillaire schildkliercarcinomen gebeurt steeds vaker. Ook België kende een gestage stijging van schildklierkanker: 7,9% per jaar tussen 2001 en 2010. In 2010 bedroeg de incidentie 5,75/100.000 personen/jaar, wat overeenstemt met de definitie van zeldzame carcinomen als carcinomen met een incidentie van < 6/100.000 personen/jaar.[2]

Schildkliercarcinoom op campus Sint-Jan

Op campus Sint-Jan is er de voorbije jaren gewerkt aan de uitbouw van een multidisciplinair zorgteam om expertise- en richtlijngestuurde zorg te bieden aan patiënten met schildklierkanker. Naast intern teamwerk, waarbij uiteenlopende specialismen zoals endocrinologie, halsheelkunde, medische oncologie, nucleaire geneeskunde, radiotherapie en pathologische anatomie betrokken zijn, zorgt een goede samenwerking met de huisartsen en met de collega-endocrinologen uit West-Vlaanderen voor de schaalvergroting van deze expertise. Het AZ Sint-Jan Brugge-Oostende AV staat daardoor in voor de zorgverstrekking aan een belangrijk aandeel van de West-Vlaamse schildklierkankerpatiënten. In 2015 is het bestaande multidisciplinair comité (MOC) uitgegroeid tot een overkoepelend schildklier-MOC voor het AZ Sint-Jan Brugge-Oostende AV en het AZ Sint-Lucas te Brugge.

Binnen de schildkliercarcinomen zijn er verschillende subtypes: de gedifferentieerde schildkliercarcinomen die uitgaan van de follikelcel, waartoe het papillair schildkliercarcinoom (PTC), het folliculair schildkliercarcinoom (FTC) en het Hürthle Cell carcinoom (HCC) behoren, het medullair schildkliercarcinoom (MTC) en tot slot het zeer agressieve anaplastisch schildkliercarcinoom (ATC). Het papillair
schildkliercarcinoom is de meest voorkomende vorm. Schildkliernoduli komen meestal aan het licht door klachten van de patiënt, klinisch onderzoek of beeldvorming. De integratie van klinische, echografische en cytologische bevindingen is cruciaal in de bepaling van het risico op carcinoom. Bij de meerderheid van de patiënten met schildkliernoduli is het risico op schildkliercarcinoom zeer laag en valt de keuze op een conservatief beleid. De hantering van strikte criteria voor heelkunde en de selectieve verwijzing van patiënten met (complexere) schildklierkanker door samenwerkende collega’s uit omringende ziekenhuizen leidt ertoe dat campus Sint-Jan een maligniteitspercentage van 22% bereikt bij schildklierheelkunde, wat significant hoger ligt dan het gemiddelde cijfer in Vlaanderen (10.8%).[3]

Therapeutische aanpak

Bij een preoperatief vermoeden van carcinoom is het van groot belang om de lymfeklierregio’s van de hals echografisch in kaart te brengen. Een preoperatieve diagnose van lymfekliermetastasering vermindert het aantal ingrepen voor restcarcinoom of recidief. In 2012-2013 gebeurde op campus Sint-Jan een fijnenaaldaspiratie bij 72% van de carcinoompatiënten (t.o.v. een gemiddelde van 59,5% in Vlaanderen). Het aandeel complexe ingrepen, meer bepaald thyroïdectomie in combinatie met lymfeklierdissectie, was dan ook hoger dan het Vlaamse gemiddelde.[3]schermafbeelding-2016-10-19-om-09-39-02

 

 

Veel patiënten met een gedifferentieerd schildkliercarcinoom hebben na de operatie nood aan een aanvullende behandeling met radioactief jodium. De voorbije jaren is er een verschuiving van een bijna universeel gebruik van radiojodium naar een selectief gebruik bij carcinomen met een verhoogd risico op recidief, en uiteraard bij tumorrest of metastasen. De behandeling maakt het mogelijk om kleine jodium-capterende metastasen curatief te behandelen en grotere metastasen te stabiliseren. Voor de radiojodium-refractaire tumoren bood de beschikbaarheid van tyrosinekinase-inhibitoren de afgelopen jaren nieuwe behandelingsperspectieven.

Informatie en onderzoek

Aandacht voor de prognose moet hand in hand gaan met aandacht voor de levenskwaliteit en betrouwbare informatieverstrekking aan de patiënt. Vandaar dat het zorgteam van campus Sint-Jan in samenwerking met collega’s van de Belgian Thyroid Club de brochure ‘Omtrent schildklierkanker’ samenstelde. De eerste versie daarvan is online beschikbaar op www.thyroidclub.be/documents/SLOmtrentSchildklierkanker.pdf

Het multidisciplinair zorgteam neemt ook actief deel aan wetenschappelijk onderzoek. De in 2004 gemaakte vaststelling dat de incidentie van schildkliercarcinoom in Wallonië dubbel zo hoog was als in Vlaanderen, en dat regionale verschillen eveneens meer uitgesproken waren voor kleinere tumoren, resulteerde in een onderzoek samen met het Belgian Cancer Registry en het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg. Daaruit bleek dat deze verschillen gecorreleerd waren aan regionale verschillen in beeldvorming en heelkunde. Heelkunde zonder voorafgaande selectie door fijnenaaldaspiratie gebeurde frequenter in Wallonië dan in Vlaanderen.[3] Na publicatie van deze studie bleekook in andere landen een toenemende interesse voor regionale variatie in schildklierkankerincidentie en werden gelijkaardige correlaties gevonden.schermafbeelding-2016-10-19-om-09-38-17

Minder zeldzaam dan gedacht

Schildkliercarcinoom is minder zeldzaam dan initieel gedacht. Gelokaliseerd papillair schildkliercarcinoom komt het vaakst voor, gemetastaseerde ziekte en andere types blijven zeldzaam. Een multidisciplinaire aanpak en ruime ervaring speelt een belangrijke rol in de diagnostiek en de behandeling van schildkliercarcinoma. Samen met huisartsen en samenwerkende endocrinologen wil het team van campus Sint-Jan voorzien in een totaalzorgpakket voor schildklierkankerpatiënten, in functie van een optimale prognose en levenskwaliteit.

 

Referenties

1. Van den Bruel, A., Maes, A., De Potter, T., Mortelmans, L., Drijkoningen, M., Van Damme, B., Delaere, P., Bouillon, R. (2002) Clinical relevance of thyroid fluorodeoxyglucose-whole body positron emission tomography incidentaloma. The Journal of Clinical Endocrinology & Metabolism, 87(4), 1517-1520.
2. www.kankerregister.org/media/docs/Zeldzametumoren/RareCancers-Report_NEW.pdf
3. Van den Bruel, A., Francart, J., Dubois, C., Adam, M., Vlayen, J., De Schutter, H., Stordeur, S., Decallonne, B. (2013) Regional variation in thyroid cancer incidence in Belgium is associated with variation in thyroid imaging and thyroid disease management. The Journal of Clinical Endocrinology & Metabolism, 98(10), 4063-4071.

Download hier de PDF van het artikel.

Copyright © 2016 AZ Sint-Jan Brugge-Oostende AV. Alle rechten voorbehouden. De inhoud (zowel teksten als afbeeldingen) van dit magazine is auteursrechtelijk beschermd. Niets uit deze uitgave mag vermenigvuldigd of doorgegeven worden aan derden zonder schriftelijke toelating van de uitgever.

Ook nog in Artikels