Samenwerking is het kernwoord in het departement Oncologisch Centrum van het AZ Sint-Jan Brugge-Oostende AV, een van de grotere oncologische centra in Vlaanderen, met Brugge als uitvalsbasis. Zowel intern als extern zetten de artsen zich in om hun beslissingen te steunen op onderling overleg, wat een uiterst doeltreffende behandeling en een hoog zorgniveau in de hand werkt. Verdere technologische ontwikkelingen en grote investeringsprojecten dragen eveneens bij tot de optimalisatie van de zorgverleningskwaliteit.

Nauwe samenwerkingsverbanden

Het Oncologisch Centrum vervult provinciaal een toonaangevende rol in het oncologische landschap vanwege de nauwe samenwerking met andere ziekenhuizen en campussen. Het geografische gebied loopt van Veurne tot Knokke-Torhout. Een opmerkelijk gegeven is dat de samenwerking zich niet langer alleen vertaalt in Multidisciplinaire Oncologische Consulten (MOC) tussen de oncologen van de diverse ziekenhuizen, maar dat de artsen van campus Sint-Jan op een aantal ziekenhuiscampussen ook ter plaatse consultaties houden. De frequentie van deze consultaties varieert naargelang de noodzaak. Dit lijkt op het eerste gezicht in te druisen tegen de algemene tendens om te centraliseren, maar de ervaring leert toch dat deze aanpak de beste resultaten oplevert qua patiëntenbereik en op het einde van de rit de patiëntenzorg alleen maar ten goede komt.

Achttien expertverpleegkundigen staan klaar om de patiënten te begeleiden. Daarmee telt het Oncologisch Centrum een recordaantal gespecialiseerde verpleegkundigen per nieuwe kankerpatiënt.

 

Elke patiënt die ervoor in aanmerking komt, krijgt de ‘cold cap’ aangeboden. Ze zorgt ervoor dat de bloedvaatjes in de hoofdhuid in vasoconstrictie gaan, waardoor chemotherapie veel moeilijker in de hoofdhuid kan penetreren. Dat kan haaruitval in belangrijke mate reduceren tot voorkomen.

Bij de besluitvorming is input vanuit verschillende diensten welkom. Ook bij de jaarlijkse revisie van de richtlijnen is onderling overleg tussen de samenwerkende ziekenhuizen het codewoord.

De artsen van campus Sint-Jan zijn ook betrokken bij de opstelling van een aantal nationale richtlijnen door de Oncologische Commissie en het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg.

Jaarlijks voert de dienst Medische Oncologie een twintigtal fase II- en -III-studies uit bij groepen van telkens 15 tot 20 patiënten. Onder meer in de bevindingen rond bevacizumab, cetuximab en panitumumab speelde het Oncologisch Centrum een rol.

 

De SPECT/CT-scanner verenigt de scintigrafie uit de nucleaire geneeskunde met de CT-beeldvorming uit de radiologie om de anatomie en de activiteit van bepaalde structuren van het lichaam nauwkeuriger in beeld te brengen en de afwijkingen specifieker aan te tonen.

Organische structuur

De diensten Medische Oncologie, Nucleaire Geneeskunde en Radiotherapie vormen één departement en zijn bijgevolg in elkaars directe nabijheid gesitueerd. De patiëntenzorg heeft voelbaar baat bij hun hechte samenwerking.

De dienst Radiotherapie is een belangrijke katalysator bij de verdere uitbouw van het Oncologisch Centrum. De aankoop van twee hoogtechnologische bestralingstoestellen brengt het totaal aantal toestellen op vier, een absolute noodzaak gezien de steeds stijgende patiëntenaantallen. De nieuwe toestellen geven de mogelijkheid om op korte termijn nieuwe en hoogtechnologische bestralingstechnieken aan te bieden, zoals stereotaxie en ARC-therapie.

De dienst Nucleaire Geneeskunde heeft net zo goed belangrijke veranderingen in het vooruitzicht. Deze voorziet bijvoorbeeld de introductie van de SIR-Spheres-therapie, waarbij radioactieve microsferen bij patiënten met inoperabele leverkanker en –metastasen via een katheter in de leverslagader gebracht worden. Na injectie zijn deze microsferen geneigd om zich in het vasculair systeem van de tumor te nestelen, waar ze de kankercellen beschadigen en in het beste geval elimineren.

De dienst ontving ook de goedkeuring voor de plaatsing van een PET-CT-scantoestel op campus Sint-Jan. Het gaat om het tweede toestel in West-Vlaanderen en de installatie wordt medio 2017 een langverwachte toevoeging aan het Oncologisch Centrum.

Investeren in zorgprojecten

Wat het departement nog uniek maakt, is het gebruik van een indrukwekkend aantal koelkappen, die haaruitval kunnen beperken bij patiënten die een chemokuur moeten ondergaan. Door het gebruik van deze kap gaan de bloedvaatjes in de hoofdhuid in vasoconstrictie waardoor chemotherapie veel moeilijker in de hoofdhuid kan penetreren. Bij een aantal chemotherapieschema’s kan het gebruik van een dergelijke koelkap de haaruitval in belangrijke mate reduceren tot voorkomen. Het gaat weliswaar om een tijdrovende, bijgevolg prijzige en dus niet overal even populaire oplossing, maar op campus Sint-Jan krijgt elke patiënt die ervoor in aanmerking komt de koelkap aangeboden.

Het Oncologisch Centrum investeert dan ook verder in de aankoop van deze kappen, die de levenskwaliteit van de patiënten in belangrijke mate verbeteren.

Toediening van de chemotherapie via een poortkatheter kan beschadiging van de aders in de armen en bijhorende complicaties voorkomen. Bij aanvang van de cyclus hoeft de verpleegkundige enkel de katheter aan te prikken. Dit gebeurt met een Huberpuntnaald, om het septum van de poort niet te beschadigen.

Het zorgpad voor borstkankerpatiënten is recent hernieuwd en naar analogie daarvan wil het Oncologisch Centrum ook zorgpaden uitwerken voor patiënten die lijden aan een colorectaal of prostaatcarcinoom. De voornaamste reden om te kiezen voor deze zorgpaden is de doelstelling om iedere patiënt een evenwaardige behandeling te kunnen aanbieden. Elke patiënt doorloopt eenzelfde behandelingstraject, wat een efficiënte en uniforme begeleiding in de hand moet werken.

Navormingsinitiatieven

Het Oncologisch Zorgprogramma telt bijna achttien fulltime equivalente expertverpleegkundigen en stelt wellicht het grootste aantal gespecialiseerde verpleegkundigen per nieuwe kankerpatiënt ter beschikking om een optimale begeleiding te verzorgen. Zij kunnen op hun beurt terugvallen op een negentienkoppig psychosociaal supportteam van klinisch psychologen, psychiaters, maatschappelijk werkers en een in de sociale gezondheidszorg gespecialiseerde verpleegkundige.

Zowel externe als interne navormingsinitiatieven bijwonen houdt deze doorgedreven verpleegkundige expertise op het scherp van de snede. Gezien het congres van de Vereniging voor Verpleegkundigen Radiotherapie en Oncologie (VVRO) maar een deel van de lading dekt, initieerde het Oncologisch Centrum vijf jaar geleden een jaarlijks verpleegkundig oncologisch congres. Dit is tot op vandaag een groot succes, dat vanuit heel Vlaanderen publiek trekt, en een unicum is onder de Belgische ziekenhuizen. Voor de oncologen zijn ASCO/ASTRO en ESMO/ESTRO, de Amerikaanse en Europese internationale oncologiecongressen, vaste agendapunten. De artsen zijn ook gevraagde sprekers op meerdere oncologische meetings.

Differentiëring door specialisatie en studies

Het Oncologisch Centrum te Brugge neemt vanzelfsprekend ook deel aan klinische studies. De dienst Medische Oncologie voert jaarlijks een twintigtal fase II- en -III-studies uit bij groepen van telkens 15 tot 20 patiënten. Zo speelde het centrum een rol in de bevindingen omtrent onder meer bevacizumab, cetuximab en panitumumab. Bij succesvolle studies stelt deze deelname het ziekenhuis in de mogelijkheid om deze medicatie tijdelijk als exclusiviteit aan te bieden. Deze studies resulteren eveneens in publicaties, waarin het Oncologisch Centrum als goede recruiter een prominente auteursplaats krijgt.

De samenwerking met partners verder intensifiëren in een sfeer van wederzijds vertrouwen is een belangrijk toekomstperspectief. In geval van zeer zeldzame of complexe kankers, zoals bepaalde slokdarmkankers of pancreaskanker, is centralisatie opportuun en dit kan een gevolg zijn van een dergelijke samenwerking. Kwaliteit, op elk vlak, is waar het Oncologisch Centrum voor wil instaan, vandaar ook het streefdoel voor 2017: een accreditering door de Accreditation Council of Oncology in Europe (ACOE) behalen om hun beleid met een kwaliteitslabel te bekrachtigen.

 

Zie ook:

Hutsebaut, I. (2015). Het oncologisch centrum: een dienst vol uitdagingen naar de toekomst. Jaarverslag 2015.

Bovenstaand jaarverslag kunt u hier bekijken.

 

U kunt hier het volledige artikel als pdf lezen.