Sinds mei 2015 werken specialisten van diverse diensten samen in het multidisciplinair Allergieteam om innoverende en kwalitatief hoogstaande zorg rond allergie aan te bieden voor patiënten en verwijzende artsen. Allergische procedures zijn ziekenhuisbreed geüniformeerd en complexe patiënten worden op een multidisciplinaire staf besproken. 

De afgelopen 40 jaar nam de prevalentie van allergie in sterke mate toe. Een kwart van de bevolking heeft klachten van allergie en dit stijgt jaar na jaar. Ze komen zowel bij kinderen als bij volwassenen voor en de presentatievorm ervan kan zeer verscheiden zijn. Dit vormt wereldwijd een belangrijk probleem, zowel voor de bevolking als voor het gezondheidssysteem dat hierop dient in te spelen.

 Samenstelling

Verschillende diensten op campus Sint-Jan volgen reeds jaren patiënten met allergie. Omdat niet altijd duidelijk was bij welke arts en op welke dienst de patiënt het best gevolgd werd, zijn alle krachten sinds mei 2015 gebundeld in het multidisciplinair Allergieteam. De diensten Huidziekten, Maag-, Darm- en Leverziekten, Laboratoriumgeneeskunde, Neus-, Keel- en Oorziekten, Kinderziekten, Longziekten en Spoedopname maken hier deel van uit. Binnen het team speelt de allergieverpleegkundige een centrale rol. Zij organiseert de opleiding en zorgt voor de communicatie en standaardisatie van allergieprotocollen binnen het ziekenhuis. Ze begeleidt ook belangrijke diagnostische of therapeutische handelingen. Ook de diëtisten zijn actief betrokken bij het advies en de begeleiding van patiënten met een voedingsallergie. Patiënten en ouders kunnen rechtstreeks een afspraak maken bij hen.

De allergietelefoon

Het nummer 050 45 96 96 leidt naar de centrale allergietelefoon. Zowel artsen als patiënten kunnen via deze weg een afspraak maken. Afhankelijk van de klacht waarmee de patiënt zich presenteert, volgt een doorverwijzing naar de meest geschikte afdeling. Indien niet meteen duidelijk is op welke afdeling de patiënt kan geholpen worden, kan deze rechtstreeks met de dienst contact opnemen.

De ‘Allergic March’

Bij kinderen zijn de presentatievormen van allergie vaak leeftijdsgebonden. Deze evolutie wordt de ‘Allergic March’ genoemd. Deze gaat van koemelkeiwitallergie en eczeem bij baby’s naar viraal geïnduceerde astma op kleuterleeftijd. Bij schoolgaande kinderen treedt allergische en inspanningsgebonden astma meer op de voorgrond, samen met allergische rhinoconjunctivitisklachten.

De ‘Atopic March’ geeft de meest voorkomende allergieën op kinderleeftijd weer.

De presentatie van allergie op volwassen leeftijd is zeer divers. Een groot deel van de kinderen ontgroeit de atopische problemen tegen de adolescentie en behoudt de allergische rhinoconjunctivitisklachten. Sterk atopische kinderen blijven vaak klachten van eczeem en astma ervaren. Roken is een zeer belastende factor voor persisterende astma bij volwassenen. Elke presentatievorm van atopie kan evenwel ontstaan op volwassen leeftijd. Bij volwassenen komen voornamelijk allergische rhinoconjunctivitis, contacteczeem en chronische urticaria, wespen- en bijenallergie, alsook medicamenteuze allergieën frequent voor.

Presentatievormen van allergie

Allergieën kunnen sterk variëren, zowel in oorzaak, presentatievorm als in ernst. Ook in prevalentie en incidentie zijn er sterke verschillen te zien.

Allergische rhinoconjunctivitis

Allergische neus- en oogklachten komen voor bij 15 à 25 % van de bevolking. Ze worden voornamelijk uitgelokt door aëro-allergenen (zoals huisstofmijt, pollen, schimmels en dierenepitheel). Naast de klassieke presentatie van rhinoconjunctivitis zijn er ook belangrijke comorbiditeiten zoals otitis media, sinusitis, vermoeidheid, snurken en slaapstoornissen.

De diagnose stellen gebeurt op basis van anamnese, neus-, keel-, ooronderzoek en huidpriktesten, zo nodig met een aanvullende bloedafname.

De behandeling is gebaseerd op drie belangrijke pijlers, zoals beschreven in de ARIA-guidelines*:

  1. Contact met het allergeen vermijden;
  2. Anti-allergische medicatie;
  3. Immunotherapie.

In de laatste tien jaren kreeg immunotherapie (desensibilisatie) een belangrijke plaats in de behandeling van allergische rhinitis. Nauwkeurige patiëntenselectie door een ervaren team en selectie van het juiste type allergeen (huisstofmijt, boom- of graspollen) zijn cruciaal. Immunotherapie is de enige oorzakelijke behandeling van allergie. Ze heeft als doel de gevoeligheid voor een specifiek allergeen te verminderen om zo immunologische tolerantie op te bouwen. Daardoor kan de klassieke medicatie worden afgebouwd en verbetert de levenskwaliteit van de patiënt. Recente studies tonen aan dat immunotherapie het optreden van nieuwe sensitisaties en het ontstaan van astma sterk afremt. Immunotherapie bestaat in twee verschillende vormen: subcutane immunotherapie of SCIT en sublinguale immunotherapie of SLIT.

Kinderen en volwassenen kunnen hiervoor terecht op de diensten Kindergeneeskunde en NKO.

*ARIA: Allergic Rhinitis and its Impact on Asthma

Voedingsallergie

De laatste decennia is er een duidelijke toename van voedingsallergieën, voornamelijk bij kinderen. In de VS heeft 8 % van de kinderen een voedingsallergie en 30 % van deze kinderen heeft een allergie voor multipele voedingsmiddelen.

De correcte diagnose van een voedingsallergie blijft een uitdaging. De klinische presentatie kan zowel bij kinderen als volwassenen zeer divers zijn en gaan van lokale irritatie in mond en keel, uiteenlopende gastro-intestinale klachten (zoals onder andere vage buikpijnklachten, diarree of slechte gewichtsevolutie), eczeem en urticaria tot het Quincke-oedeem en anafylaxie.

 

De majeure voedingsallergenen zijn ei, koemelk, soja, tarwe, vis, schaaldieren en noten.

Deze allergenen kunnen een primaire voedingsallergie uitlokken. Daarnaast zijn er ook kruisreacties gekend van voedingsmiddelen met pollen (een gekende associatie is bijvoorbeeld berkenpollenallergie en appel) en met latex (het latex-fruit-syndroom, bijvoorbeeld met kiwi of banaan). De meeste gevallen van kruisallergie presenteren zich met een oraal allergiesyndroom, wat zelden aanleiding geeft tot anafylaxie.

Een uitgebreide anamnese met eventueel bijhouden van een dagboek is cruciaal. Verdere diagnostiek gebeurt aan de hand van huidtesten met verse voedingsproducten, componentenanalyse en provocatietesten.

Huidtesten uitvoeren kan op elke leeftijd, ook bij zuigelingen. Bij een voedingsallergie zijn prik-priktesten met verse voeding veel betrouwbaarder dan huidtesten met commerciële preparaten. Prik-priktesten in combinatie met een componentenanalyse maken een betere risico-inschatting mogelijk. Bepaalde epitopen (kleine stukjes van een allergeen) geven meer aanleiding tot ernstige reacties, terwijl andere epitopen enkel aanleiding geven tot kruisallergie en milde reacties. Deze analyse is belangrijk om de strengheid van het dieet te bepalen. Een orale provocatietest is geïndiceerd bij twijfel omtrent de allergie en bij transiënte vormen van voedingsallergie. Hierbij wordt het voedingsallergeen in opklimmende dosis toegediend. Dit gebeurt onder strikt gecontroleerde omstandigheden in het dagziekenhuis.

Een voedingsallergie kan zich ook presenteren onder de vorm van een eosinofiele oesofagitis, met een massieve infiltratie van eosinofielen in de slokdarm. De juiste etiologie en fysiopathologie van deze entiteit is nog niet gekend. De incidentie bij kinderen bedraagt 15-40/100.000. Bij volwassen is de frequentie dubbel zo hoog.  Deze aandoening vergt een specifieke behandeling met een strikt dieet en topische corticoïden, alsook een goede follow-up om evolutie naar slokdarmstricturen te voorkomen.

Gespecialiseerde diëtisten zijn een belangrijke partner voor de patiënt met een voedingsallergie. Het is van zeer groot belang om de ouders en/of patiënten op te leiden in het lezen van verpakkingen en het uitstippelen van het dieet. Een voedingsallergie heeft een grote sociale impact. Eten op school, op feestjes, op kamp of op het werk is voor veel van deze patiënten niet mogelijk. Duidelijke instructies hieromtrent en een concreet anafylaxie-actieplan zijn belangrijk.

Kinderen met een voedingsallergie worden opgevolgd op de dienst Pediatrie. Volwassenen met klachten van Quincke-oedeem, urticaria of anafylaxie worden behandeld op de dienst Huidziekten. Wanneer de gastro-intestinale symptomen op de voorgrond staan, worden de volwassenen naar de dienst Maag-, Darm- en Leverziekten verwezen. De diëtisten werken op afspraak via de diensten Maag-, Darm- en Leverziekten en Kinderziekten.

   

Een voedingsallergie kan zich ook presenteren onder de vorm van een eosinofiele oesofagitis, met een massieve infiltratie van eosinofielen in de slokdarm.

 

Ziekenhuisbreed is een anafylaxie-actieplan ingevoerd met gespecialiseerde anafylaxiekit.

Dermatologische presentatievormen

Eczeem komt voor bij 15 à 20 % van de kinderen en bij 2 à 10 % van de volwassenen. Eczeem heeft een grote impact op de levenskwaliteit. Het is vaak de eerste presentatie van allergie op jonge leeftijd. Kinderen met eczeem hebben in 30 % van de gevallen ook een gelijktijdige voedingsallergie. Vaak ontwikkelen ze op schoolgaande leeftijd astma en rhinoconjunctivitis, zoals blijkt uit de Atopic March.

Volwassenen vertonen meer contacteczeem. Deze vorm van eczeem ontstaat door de ontwikkeling van een vertraagde overgevoeligheidsreactie op een stof die met de huid in contact komt. De uitwerking hiervan gebeurt door epicutane testen.

Urticaria en angio-oedeem worden slechts in sommige gevallen door een onderliggende type 1-allergie veroorzaakt. De anamnese is hierin richtinggevend.

Chronische urticaria komen frequenter voor bij adolescenten en volwassenen.

Latexallergie is een specifieke allergische reactie op materialen afkomstig van het sap van de rubberboom (natuurrubberlatex). De uitwerking ervan gebeurt door specifieke IgE-testen en door intracutane testen op de dienst Huidziekten.

De verschillende epitopen van het kattenallergeen

Patiënten met dermatologische problemen of latexallergie kunnen terecht op de raadpleging Huidziekten. Er is maandelijks een gecombineerde raadpleging pediatrie – dermatologie met aanwezigheid van een pediatrische diëtiste om kinderen met eczeem en complexe presentatievormen van allergie multidisciplinair op te volgen. Op de dienst Huidziekten loopt een smeerschooltje om kinderen met atopisch eczeem meer vertrouwd te maken met dagelijks smeren.

Geneesmiddelen overgevoeligheidsreacties

Geneesmiddelenallergie komt voor bij 7 % van de bevolking. Hierbij is zowel een over- als onderdiagnose (voornamelijk type 1-reacties) mogelijk. Een grondige medische evaluatie is daarom noodzakelijk om een juist medicamenteus beleid te bepalen.

Ook hier zijn huidtesten, epidermale testen en provocatietesten belangrijk om een correcte diagnose te stellen. Vele kinderen krijgen onterecht de diagnose van een penicilline-allergie of van een allergie voor NSAID’s. Provocatietesten kunnen slechts 10 % van alle type I-reacties bij kinderen bewijzen. Deze diagnose heeft nochtans een belangrijke impact op het medisch handelen op lange termijn.

Volwassenen met deze problematiek worden verder behandeld op de dienst Huidziekten. Kinderen met type I-geneesmiddelenallergie kunnen terecht op de consultatie pediatrie.

Allergisch astma

In de jaren 90 is allergisch astma duidelijk toegenomen in frequentie. Momenteel lijkt er een plateau bereikt te zijn. De toename is multifactorieel, waarbij omgevingsfactoren, zoals pollutie, een belangrijke rol spelen.

Longfunctieonderzoeken, aangepast aan het klachtenpatroon en de leeftijd, zijn belangrijk bij de diagnosestelling.

Behandeling van astmapatiënten gebeurt nog steeds volgens de GINA-guidelines.                 Correcte educatie van inhalatietechniek, aangepast aan de leeftijd, blijft cruciaal. Bij ernstig astma op volwassen leeftijd kan behandeling met een specifieke antistoftherapie noodzakelijk zijn. Xolair (omalizumab) is beschikbaar voor ernstig allergisch astma en Nucala (mepolizumab) voor ernstig eosinofilair astma. Deze beide producten toedienen gebeurt subcutaan, onder medisch toezicht vanwege risico op anafylaxie.

Patiënten met astma kunnen in functie van hun leeftijd terecht voor een raadpleging op de dienst Pneumologie of Pediatrie.

Insectenallergie

Allergie voor insectengif komt voornamelijk voor bij adolescenten en volwassenen. Opstarten van immunotherapie is noodzakelijk bij ernstige reacties. De therapie voor wespen- en bijenallergie wordt aangeboden op de dienst Pneumologie.

Anafylaxie

De ernstigste presentatievorm van allergie blijft anafylaxie. De incidentie in Europa bij kinderen en adolescenten bedraagt 8 à 9,6/100.000 kinderen/jaar. In de VS is dit beduidend hoger: 21–50/100.000 kinderen/jaar. De incidentie neemt wereldwijd nog steeds toe. De uitlokkende factor bij kinderen en adolescenten is bij 65 % een voedingsallergie, bij 20 % een allergische reactie op bijen of wespen en bij 5 % een geneesmiddelenallergie.

In de behandeling blijft de adrenaline auto-injector hét levensreddende medicament. Goede educatie omtrent het herkennen van een anafylactische reactie is zeer belangrijk. Elke patiënt moet een gepersonaliseerd allergie-actieplan hebben en de omgeving en patiënt moeten getraind worden om de auto-injector toe te dienen. Ziekenhuisbreed werd daarom ook een anafylaxie-actieplan ingevoerd met een gespecialiseerde anafylaxiekit.

Klinisch labo

De componentenanalyse van het klinisch laboratorium maakt de diagnose mogelijk van al deze verschillende en vaak complexe vormen van allergie. Dat is een in vitro-techniek waarbij een specifieke IgE-bepaling voor epitopen gebeurt. Epitopen zijn kleine stukjes van allergenen waartegen een IgE-gemedieerde reactie kan ontstaan. Een allergeen bevat verschillende epitopen die al of niet klinisch belangrijk kunnen zijn. Dankzij de componentenanalyse kan een IgE-gemedieerde reactie meer in detail bestudeerd worden. Ze geeft meer inzicht in de klinische relevantie van de specifieke IgE-stijging en in de mogelijke ernst van de allergische reactie. Hiermee kunnen kruisreacties tussen bijvoorbeeld pollen en voedingsallergenen aangetoond worden. Het klinisch laboratorium biedt een zeer breed palet van componentanalysen aan voor planten, voeding, dieren, schimmels, gisten, mijten, insecten, geneesmiddelen en beroepsmatige allergenen, ook de zeer zeldzame.

Aanpak allergie op campus Sint-Jan

Allergie is een multi-orgaanziekte met verscheidene en vaak complexe presentatievormen. Een multidisciplinaire aanpak door verschillende disciplines is een uitdaging, maar ook een noodzaak. Het multidisciplinair allergieteam kan de allergiepatiënt gespecialiseerde zorg op maat aanbieden.

Het Allergieteam, v.l.n.r.: mevr. Nancy Rabaeys (allergieverpleegkundige), dr. Carine Vandycke (Spoedopname), dr. Charlotte Depuydt (Longziekten), dr. Kate Sauer (Kinderziekten), dr. Els Wittouck (Huidziekten), dr. Anne-Sophie Vinck (NKO), dr. Kato Speleman (NKO) dr. Lieven Vandeputte (Maag-, Darm- en Leverziekten), dr. Christel Haenebalcke (Longziekten), Dr. Martine Vercammen (Laboratoriumgeneeskunde), dr. Marleen Goeteyn (Huidziekten)
Niet op de foto: dr. Tania Claeys (Kinderziekten)

 

Allergiesymposium Brugge

‘Samen tegen allergie’

 

Getriggerd om meer te weten over de diagnostiek en behandeling van verscheidene aspecten van allergie? Dan nodigen we u graag uit op het Allergiesymposium:

Zaterdag 07/10/2017

09.00 tot 13.00 uur

Concertgebouw Brugge, ’t Zand 34, 8000 Brugge

Inschrijving en meer info kunt u vinden op Allergiesymposium Brugge. Omwille van de workshops is uw inschrijving vooraf noodzakelijk.

U kunt hier het volledige artikel als pdf lezen.