Als eerste in België besloot de dienst Pathologische Anatomie op campus Sint-Jan om alle weefselbiopten en resectiefragmenten te digitaliseren. De microscoop is bijgevolg niet meer nodig voor diagnostiek. Dit leidt tot een versoepeling van de workflow, preciezere diagnosemogelijkheden, minimalisering van het risico op fouten, verhoogde patiëntveiligheid, snellere consultatiefaciliteiten, vereenvoudigd multidisciplinair overleg en verbetering van de ergonomische werkomstandigheden. Geen geringe voordelen, met de patiënt als grootste winnaar.

 

Tijdswinst

Op basis van de evoluties in de radiologie had de dienst Pathologische Anatomie op campus Sint-Jan de mogelijkheid tot digitalisatie acht jaar geleden al in het vizier, maar pas toen de beeldkwaliteit ook voldoende op punt stond loonde de overstap de moeite. De vier pathologen, twee assistenten en het laborantenteam ondervinden nu op dagelijkse basis de voordelen van de nieuwe, digitale verwerkingsmethode van weefselcoupes, maar wie er aan het einde van de rit het meeste baat bij heeft, dat is de patiënt. De zowat 300 biopsies die het pathologielaboratorium dagelijks te verwerken krijgt, doen niet langer fysiek de ronde op de dienst. Ze gaan onmiddellijk onder de hogeresolutiescanner en kunnen daarna onmiddellijk gearchiveerd worden. Dit proces bespaart de laboranten niet alleen een hoop sorteerwerk, het beperkt ook sterk het risico op foute sortering en  opberging in het archief, waar ze dertig jaar bewaard blijven. De tijd die laboranten voorheen spendeerden aan het verdelen van de coupes per patholoog over de verschillende laders en aan het koppelen van deze coupes aan de juiste aanvragen, kunnen ze nu aan meer inhoudelijke taken spenderen.

Alle computers zijn voorzien van scanapparatuur. Door de unieke barcode te scannen op de aanvraagfiche roept de patholoog onmiddellijk de bijhorende beelden op uit het Labo-Informaticasysteem (LIS).

De unieke barcode linkt de beelden die resulteren uit bijkomende kleuringen van hetzelfde weefsel automatisch aan het computerdossier van de originele HE-coupe.

 

Verhoogde patiëntveiligheid

Een unieke barcode linkt de ingescande coupes aan de bijhorende digitale hogeresolutiebeelden. Heel wat eenvoudiger en tegelijk nog een stuk veiliger dan het drievoudige menselijke controlesysteem voor patiënten- en weefselidentificatie dat in voege was. Wat de patholoog in handen krijgt, zijn de aanvraagfiches die deze unieke barcode dragen. Vooralsnog op papier, maar ook de digitalisatie ervan is niet veraf, idealiter met koppeling aan het elektronische patiëntendossier en polsbandidentificatie. Door een fiche te scannen roept de patholoog de beelden die hieraan gelinkt zijn op via het Labo- Informaticasysteem (LIS). Dankzij de unieke barcode is het onmogelijk om het verkeerde weefsel te beoordelen. Zijn er speciale, bijkomende kleuringen nodig? Dat vergt een dag extra werk en een scheiding van de coupe voor speciale kleuring van de HE-coupe. Waar dit vroeger een verhoogd risico op vergissingen inhield, dragen beide coupes nu dezelfde barcode. De beelden die uit deze kleuringen resulteren, worden automatisch aan de computerfile van dit weefsel toegevoegd. Daar vaart de patiëntveiligheid wel bij en het vermijdt opnieuw een hoop sorteerwerk.

 

Toegankelijk vanop afstand

Zelf is de patholoog niet langer gebonden aan de microscoop om een biopsie te kunnen beoordelen, zelfs niet aan de computer in het ziekenhuis. Wil hij de beelden elders bekijken, delen met collega’s of een extern consult inwinnen? Dan creëert hij een unieke link die hij via e-mail geanonimiseerd kan verzenden. Via om het even welk toestel, zelfs smartphone of tablet, geeft deze toegang tot de beelden, zij het beveiligd met een gebruikersnaam en paswoord. Ingebouwde software zorgt ervoor dat de ontvanger zelf niet over specifieke programma’s hoeft te beschikken om de beelden te openen. Dat opent heel wat mogelijkheden om overleg te plegen. Tussen de vier collega’s onderling, om te beginnen, want voorheen was telkens planning nodig om met alle pathologen samen een moeilijke casus te beoordelen aan de meerkopsmicroscoop.

 

Multidisciplinaire mogelijkheden

Daarnaast was het vroeger onbegonnen werk om een stapel coupes mee te slepen naar een MOC-vergadering. Nu zijn alle beelden altijd en overal ter beschikking en kan een specifiek beeld met één muisklik getoond worden, simpelweg door in te loggen op het LIS. Dat maakt bijkomende uitleg of multidisciplinaire bespreking meteen heel wat eenvoudiger, leerrijker en vollediger. Ook een gespecialiseerd extern consult inroepen voor een zeldzame tumor kon voorheen behoorlijk wat tijd kosten. Zeker indien dit bij een trans-Atlantische collega gebeurde en de coupes de weg erheen per post moesten afleggen. Niet ideaal als de behandeling van een agressieve tumor op de correcte diagnose moet wachten. Virtual Desktop Infrastructure (VDI) biedt ook de mogelijkheid het scherm vanop afstand over te nemen. Dat gebeurt allemaal veilig, zonder overdracht van identificatiegegevens van de patiënt.

 

Snel en kwalitatief

Beelden oproepen gebeurt niet enkel snel, de scanner biedt bovendien een resolutie die de vergroting van de beste microscooplens evenaart en overstijgt. De zoomfunctionaliteit vergroot het beeld in een vloeiende beweging uit. Het volgende scannermodel zal deze resolutie ook in de diepteas (z-as) van het microscopisch preparaat verder uitbreiden zodat ook cytologische preparaten routinematig kunnen gedigitaliseerd worden. Voorlopig slaagt de scanner er niet in om de ‘wolkerige’ structuur van, bijvoorbeeld, colloïde, foutloos te verwerken. Deze coupes bekijken gebeurt vandaag dus nog microscopisch, net zoals weefsel dat moet gepolariseerd worden ter opsporing van vreemd materiaal. Gezien de dienst Pathologische Anatomie van de campus AZ Sint-Jan ‘demosite’ is voor Europa en Azië, zal telkens er een nieuw type scanner uitkomt, de ‘oude’ automatisch vervangen worden.

   

De weefselcoupes gaan bij aankomst op de dienst Pathologische Anatomie onmiddellijk in de hogeresolutiescanner.

 

Diagnostische meerwaarde

De software zelf biedt bovendien een diagnostische meerwaarde. Ze laat in bepaalde gevallen nog preciezere en vooral eenvoudigere metingen toe dan de berekeningstools die de patholoog bij de microscoop voorhanden had, tot op de micrometer na. Verder is een exactere kwantificatie of een vlottere vergelijking van immunohistochemische kleuringen mogelijk. Bij beoordeling van de proliferatiemerker Ki-67 voor borsttumoren bijvoorbeeld, hangt de beslissing van het al dan niet geven van chemotherapie aan de patiënt in bepaalde gevallen af of deze merker meer of minder dan 15 % positief aankleurt. Met het menselijke oog is het onderscheid tussen 14,9 % en 15,1 % onmogelijk te maken. Nu kan de software de positief en negatief aankleurende kernen kwantificeren en geeft deze een exact digitaal percentage van positiviteit. Dit geldt net zo goed voor kleuringen als de hormoongevoeligheid. Ook voor, bijvoorbeeld, basocellulaire carcinomen kan de patholoog nu heel precies de diepte bepalen. De meettool is gekalibreerd tot drie cijfers na de komma. Dat maakt het makkelijk om het onderscheid te maken tussen een tumor die in aanmerking komt voor een behandeling met abrasieve zalf, die tot maximaal 1 mm diepte penetreert, of een chirurgische ingreep (voor alles wat daarboven ligt). Voordien waren metingen met de microscoop minder nauwkeurig en complexer. De digitale pathologietools geven verder ook de mogelijkheid alle glaasjes virtueel naast of zelfs op elkaar te leggen en er doorheen te scrollen. Een heel stuk eenvoudiger om overlappingen in immunohistochemische kleuringen vast te stellen dan glaasje na glaasje onder de microscoop te leggen en te ‘onthouden’ welke zones aankleurden. Opnieuw een zeer handige tool die zeer nauw verbonden is aan de diagnosestelling en dus ook aan de behandeling.

Weefselcoupes bespreken op multidisciplinaire vergaderingen vergde voorheen een hele logistieke organisatie en gebeurde bijgevolg eerder uitzonderlijk. Nu kunnen de beelden gemakkelijk vanop afstand opgeroepen worden uit het LIS voor gezamenlijke bespreking.

 

Ergonomische en opleidingsvoordelen

De specialisatie als patholoog vaart hier ook wel bij. De werkomstandigheden maakten haar niet bijzonder populair. Vaak een onnatuurlijke houding moeten aannemen om gefixeerd in het felle licht van de microscoop te kijken, leverde heel wat pathologen hoofdpijn, vermoeide ogen en nekproblemen op. Bijgevolg haakten heel wat pathologen ‘in spe’ af. Bij de manipulatie van coupes kon het bovendien gebeuren dat glassplintertjes van de fragiele hoekjes sprongen en in de ogen terechtkwamen. De digitalisering biedt dus aanzienlijke ergonomische voordelen én vormt een fantastische tool voor opleiding. De opleidingsmodule is permanent toegankelijk. Speciale of leerrijke cases komen met één klik in de juiste map terecht voor bespreking met de assistenten. Vroeger werd al eens een coupe opzijgelegd, maar dat hield weer een extra risico op verlies in.

 

Netwerken opzetten

Via centralisatie kan digitalisering ook het huidige tekort aan pathologen opvangen. De uitwerking van digitale platformen tussen Belgische ziekenhuizen is een project waar de dienst Pathologische Anatomie nu al zijn schouders onder zet. Op dit ogenblik heeft dr. Pascale De Paepe al de aanzet gegeven om een nierpathologienetwerk op te zetten. Een zevental centra met pathologen die bijzondere interesse hebben in nierpathologie werken voorlopig mee, waaronder de universitaire ziekenhuizen van Gent, Antwerpen en Leuven. Het is finaal de bedoeling om de beelden van moeilijke casussen te centraliseren op één digitaal forum waar ze kunnen bekeken worden door specialisten binnen het deeldomein. Zij kunnen op dit forum diagnostische suggesties geven en deze uitwisselen via een ‘chatbox’. In een daaropvolgende paneldiscussie kunnen alle gegevens bij elkaar gelegd worden en kan iedereen die op dat moment ingelogd is de beelden ook ‘live’ bekijken. Het is de bedoeling dat ook de clinici hierin betrokken zijn, aangezien zij de eerste en laatste schakel zijn in de diagnose en de behandeling van een patiënt. Ook voor andere deeldomeinen binnen de pathologie, zoals de dermatopathologie, zijn dergelijke netwerken in ontwikkeling. Deze diagnostische platformen zijn zeer leerrijk voor alle betrokken artsen, maar finaal is het de patiënt die de winnaar is.

 

U kunt hier het volledige artikel als pdf lezen.